ECLI:NL:RBNNE:2018:165
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweer bij poging tot doodslag met hakmes
Op 12 juli 2017 stak verdachte het slachtoffer met een hakmes in het hoofd, hetgeen leidde tot ernstige verwondingen inclusief losse botfragmenten en een schedelfractuur. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich willens en wetens blootstelde aan de aanmerkelijke kans op dodelijk letsel, waarmee poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen werd.
De verdediging voerde aan dat verdachte handelde uit noodweer, omdat het slachtoffer hem aanviel met een mes en verdachte zich verdedigde met het hakmes. De rechtbank oordeelde dat het scenario van verdachte, ondersteund door getuigenverklaringen, tapgesprekken en verwondingen, aannemelijk was en dat verdachte binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit handelde.
De rechtbank verwierp het standpunt van de officier van justitie dat sprake was van culpa in causa en concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die het beroep op noodweer uitsloten. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging voor de bewezenverklaarde poging tot doodslag.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat verdachte geen straf of maatregel kreeg opgelegd en de vordering bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 22 januari 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens gegrond beroep op noodweer bij poging tot doodslag.