ECLI:NL:RBNNE:2018:1586
Rechtbank Noord-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen kennelijk niet-ontvankelijkverklaring in bezwaarprocedure belasting
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 17 augustus 2017 waarin zijn beroepschrift tegen een naheffingsaanslag kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank heeft het verzet behandeld en beoordeeld of het eerdere oordeel terecht was.
De rechtbank oordeelt dat de vermelding “ik maak bezwaar” in het opmerkingenveld van een bancaire overschrijving niet voldoet aan de schriftelijke vormvereisten van een bezwaarschrift zoals voorgeschreven in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarnaast is het elektronisch indienen van bezwaar via dit kanaal niet toegestaan door de Belastingdienst. De ingebrekestelling van opposant voldoet niet aan de inhoudelijke eisen en is bovendien prematuur omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend.
Opposant voerde aan dat een ingebrekestelling niet noodzakelijk was en verwees naar een eerdere procedure waarin een dwangsom zou worden ingesteld. De rechtbank stelt echter dat het aan opposant was om feiten te stellen die het niet kunnen stellen van een ingebrekestelling onderbouwen, wat niet is gebeurd. Daarom blijft de uitspraak van 17 augustus 2017 in stand en wordt het verzet ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de kennelijk niet-ontvankelijkverklaring wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.