Eiser, werkzaam bij de politie sinds 1984, kreeg in 2014 de diagnose PTSS vastgesteld door het Psychotrauma Diagnose Centrum (PDC). Hij verzocht erkenning van deze PTSS als beroepsziekte, wat door verweerder bij twee primaire besluiten werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op een advies van de Adviescommissie PTSS Politie, die oordeelde dat de diagnose onvoldoende onderbouwd was.
De rechtbank oordeelt dat de commissie buiten haar bevoegdheid is getreden door een inhoudelijke medische beoordeling van de diagnose te geven, terwijl haar taak beperkt is tot het beoordelen van het causale verband tussen werk en PTSS. De circulaire PTSS Politie, als beleidsregel, bepaalt dat alleen een gekwalificeerd arts de diagnose mag stellen. Verweerder heeft zich onzorgvuldig op het advies van de commissie gebaseerd en daarmee het besluit onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.