ECLI:NL:RBNNE:2017:3136
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde agrarische bedrijfswoning met waardedrukkend effect asbest
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een agrarische bedrijfswoning en bijbehorende deelobjecten per 1 januari 2014. De gemeente had de waarde vastgesteld op €317.000, terwijl eiser een waarde van €270.000 bepleitte. De rechtbank toetste de waardering aan de hand van taxatiekaarten en landelijke taxatiewijzers.
De belangrijkste discussiepunten betroffen de waardering van een schuur met stenen wanden, de aanwezigheid en waardedrukkend effect van asbest in verschillende delen van het complex, en de waardering van een ligboxstal. De rechtbank concludeerde dat de gemeente onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gehanteerde waarde juist was, met name vanwege onderschatting van de hoeveelheid asbest en het waardedrukkende effect daarvan.
Eiser had wel aannemelijk gemaakt dat het waardedrukkend effect groter was, maar zijn voorgestelde waarde van €270.000 achtte de rechtbank te laag, mede omdat de afslag voor asbest in het dakbeschot niet voldoende was onderbouwd.
De rechtbank stelde daarom de waarde schattenderwijs vast op €302.000, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank stelt de WOZ-waarde vast op €302.000 en verklaart het beroep gegrond.