ECLI:NL:RBNNE:2017:3073
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning in aardbevingsgebied met herstel van schade
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woning gelegen in het aardbevingsgebied, met een waardepeildatum van 1 januari 2015. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €168.000, terwijl eiser een lagere waarde van €145.000 bepleitte. Het geschil spitste zich toe op de bruikbaarheid van de door verweerder gebruikte referentieobjecten, mede vanwege onbekende schadehistorie door aardbevingen.
De rechtbank nam als vaststaand aan dat de woning in 2013 aardbevingsschade had opgelopen, welke in 2015 was hersteld. De waarde moest daarom worden bepaald naar de toestand per 1 januari 2016, conform artikel 18, derde lid, van de Wet WOZ. Verweerder had bij zijn waardebepaling rekening gehouden met een schadevrije toestand per 1 januari 2015, wat de rechtbank juist vond.
De rechtbank wees een referentieobject af vanwege een te vroege verkoopdatum, maar oordeelde dat de overige referentieobjecten, verkocht tussen oktober 2014 en april 2016, geschikt waren. Het risico van aardbevingsschade was in deze periode algemeen bekend en was in de marktprijzen verwerkt. De relatief kleine, cosmetische schade aan de woning was hersteld, waardoor de waarde van €168.000 aannemelijk was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €168.000 wordt ongegrond verklaard.