ECLI:NL:RBNNE:2016:3746
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde vakantiepark en toepassing OZB-tarief niet-woningen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een vakantiepark per 1 januari 2013 en de daarop gebaseerde aanslagen OZBE en rioolheffing voor het kalenderjaar 2014. Niet in geschil was dat het vakantiepark als één terrein bestemd voor verblijfsrecreatie als één object moet worden gewaardeerd en dat het OZB-tarief voor woningen gelijk is aan dat voor niet-woningen.
Eiser stelde dat de recreatiewoningen als woningen moesten worden aangemerkt voor de WOZ-waardebepaling, hetgeen de rechtbank afwees. De rechtbank oordeelde dat de waardering als niet-woning correct was toegepast. De waarde zoals vastgesteld door verweerder (€2.484.000) werd echter niet aannemelijk geacht vanwege onvoldoende onderbouwing van de DCF-methode en een discrepantie met de werkelijke omzetcijfers van de onderneming.
Eiser slaagde er ook niet in zijn lagere waarde van €1.800.000 aannemelijk te maken, mede door gebrek aan objectivering in zijn taxatierapport. De rechtbank stelde daarom de waarde schattenderwijs vast op €2.050.000. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslagen dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het vakantiepark wordt vastgesteld op €2.050.000 en de aanslagen OZBE en rioolheffing worden dienovereenkomstig verminderd.