Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak tussen
Viggo Schiphol B.V., uit Eindhoven, eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Samenvatting
Procesverloop
Vaststaande feiten
22 augustus 2024 stelt de rechtbank de volgende niet in geschil zijnde feiten vast die zij tot uitgangspunt heeft genomen.
2 september 2022 een inspectie uitgevoerd op het vliegveld, bij werkplekken waar bagage voor passagiersvliegtuigen wordt verwerkt. De NLA constateerde dat bij het verwerken van bagage van passagiers, de fysieke belasting voor de werknemers te hoog is en dat daarbij de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) wordt overtreden. De minister heeft naar aanleiding van die inspectie aan Viggo een eis tot naleving gesteld, over de wijze van verwerking van passagiersbagage in de bagagekelders en over het laden en lossen van passagiersbagage bij de vliegtuigen op de platforms.
Omvang van het geding
De toe te passen toetsingskaders
De gronden van beroep en de beoordeling daarvan
Duidelijkheid van de last
Heroverweging in bezwaar
ex tunc, zal het bestuursorgaan
ex nuncmoeten bezien of sprake is van gewijzigde omstandigheden die kunnen leiden tot het niet langer handhaven van de last onder dwangsom. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister, voor wat betreft de organisatorische maatregelen, deze tweeslag miskend door alleen de feiten en omstandigheden te betrekken die zich voordeden voorafgaand aan het besluit in primo. Viggo heeft enerzijds betwist dat sprake is van overtreding van het Arbobesluit, maar anderzijds heeft Viggo ook feiten en omstandigheden naar voren gebracht die zich voordeden na het opleggen van het besluit in primo. De motivering van de minister schiet hierin tekort, temeer nu de minister aangeeft in het bestreden besluit dat de vraag of Viggo inmiddels met de maatregelen wel voldoet aan de last onder dwangsom los staat van onderhavige bezwaarprocedure en later zal worden beoordeeld.