ECLI:NL:RBNHO:2026:820

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
HAA-24_122 HAA-24_430 HAA-24_431
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 188 DWUArt. 189 DWUArt. 238 UVo.DWUArt. 240 UVo.DWUArt. 5:18 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank bevestigt juiste douane-indeling en monsterneming van sportschoenen

Eiseres B.V. betwist de door de Douane gemaakte correcties op de indeling van geïmporteerde sportschoenen in de Gecombineerde Nomenclatuur en de wijze van monsterneming. De Douane had op basis van laboratoriumonderzoek en extrapolatie van eerdere monsters de invoerrechten verhoogd. Eiseres stelde dat de monsterneming niet conform de regelgeving was uitgevoerd en dat extrapolatie onterecht was.

De rechtbank oordeelt dat de Douane eiseres vooraf tijdig en correct heeft geïnformeerd over de fysieke controles en monsternemingen, waardoor het recht op verdediging niet is geschonden. De SAMANCTA-normen zijn slechts aanbevelingen en niet bindend. De extrapolatie van laboratoriumresultaten naar identieke goederen met hetzelfde productnummer is geoorloofd volgens het Greencarrier-arrest.

Verder is vastgesteld dat de laboratoriumonderzoeken betrekking hadden op exact dezelfde productnummers en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er relevante verschillen zijn tussen de schoenen. De schending van de reactietermijn leidt niet tot vernietiging omdat eiseres niet heeft aangetoond dat zij daardoor een wezenlijke inbreng heeft gemist. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de juiste douane-indeling en monsterneming.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 24/122, HAA 24/430 en HAA 24/431

uitspraak van de meervoudige douanekamer van 27 januari 2026 in de zaken tussen

[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: R.F.R. Hoekstra)
en

de inspecteur van de Douane, verweerder.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de indeling van schoenen in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) en de monsterneming die verweerder hieraan ten grondslag legt.
Verweerder heeft eiseres de volgende uitnodigingen tot betaling (utb) uitgereikt:
utb
nummer
dagtekening
bedrag
zaaknummer
utb 1
NL23DSF001090
14 januari 2023
€ 387.047,70
HAA 24/122
utb 2
21NLKS8PK9A51GWD57
7 maart 2023
€ 9.968,49
HAA 24/430
utb 3
21NLKUMM1DAEDJWD57
10 februari 2023
€ 2.754,73
HAA 24/431
Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2023 het bezwaar tegen utb1 gegrond verklaard en utb 1 verlaagd naar het bedrag van € 31.630,38 aan douanerechten en € 2.037,09 aan rente op achterstallen.
Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 4 oktober 2023 (utb 2) en 6 oktober 2023 (utb 3) de bezwaren ongegrond verklaard.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft voor de zaken afzonderlijke verweerschriften ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2025. Namens verweerder zijn verschenen mr. [naam 1] en mr. [naam 2]
.De gemachtigde van eiseres is, met vermelding daarvan, niet verschenen.

Overwegingen

Feiten

Alle zaken

Eiseres importeert schoenen uit China. [bedrijf 1] B.V. (de douanevertegenwoordiger) heeft als direct vertegenwoordiger in naam en voor rekening van eiseres douaneaangiften ingediend voor de douaneregeling in het vrije verkeer brengen.
Eiseres duidt haar producten aan met productnummers. In die productnummers staat de letter B voor het merk [eiseres] , de twee cijfers na de B voor het productieseizoen, de volgende twee cijfers voor de fabrikant, de twee daaropvolgende cijfers zijn vrij en de laatste twee cijfers geven een kleur aan. Vanwege prijstechnische redenen valt niet uit te sluiten dat eenzelfde schoen ook met een ander nummer in productie is.
Zaak HAA 24/122
3. Verweerder heeft een controle na invoer (CNI) uitgevoerd bij eiseres met betrekking tot -uiteindelijk- 52 aangiften met 272 verschillende productnummers, die eiseres heeft ingediend in de periode 11 juni 2019 tot en met 6 augustus 2021.
4. In het CNI-rapport van 22 december 2022 is vermeld dat verweerder in het onderzoek gebruik heeft gemaakt van informatie die hij heeft ontvangen van eiseres, informatie die beschikbaar is op haar website en eerdere monsternemingen met betrekking tot identieke goederen. In het rapport is geconcludeerd dat de goederen onjuist zijn ingedeeld, waardoor het toegepaste tarief niet correct is en er een bedrag van € 365.072,91 te weinig douanerechten is afgedragen.
5. Onder verwijzing naar de conclusies in het CNI-rapport heeft verweerder op 9 november 2022 een voornemen uitgebracht en op 14 januari 2023 utb 1. Eiseres is meegedeeld dat zij € 365.072,91 aan douanerechten dient te betalen en € 21.974,79 aan rente op achterstallen.
6. In bezwaar heeft verweerder het voornemen uitgebracht om utb 1 te verminderen met € 333.442,53 aan douanerechten en € 19.937,70 aan rente op achterstallen. Dit betreft de artikelen die verweerder eerder had ingedeeld op basis van informatie van de website van [bedrijf 2] . Omdat de productinformatie op de website op warenwetgeving [1] en niet op de aantekeningen en goederencodes van de GN is gebaseerd, heeft verweerder besloten de correctie op die artikelen niet langer te handhaven.
7. Verweerder heeft in de uitspraak op bezwaar die hier in geding is, de correcties gehandhaafd die zien op de schoenen met productnummers [# 1] , [# 2] , [# 3] en [# 4] . Verweerder heeft hiervan de indeling gecorrigeerd op basis van eerder verricht laboratoriumonderzoek dat betrekking had op een, naar zijn mening, identiek product.
Daarmee beperkt deze zaak zich tot tien artikelen uit de volgende douaneaangiften (datum van aanvaarding van de aangiften is steeds gelijk aan de datum van indiening daarvan):
Aangiftenummer
Datum indiening
Productnummer
Laboratorium onderzoek
(Platonummer)
Correctie
20NLKF42JGAQ8MWD55
15-9-2020
[# 4]
[# 3]
2643283-04
2546339-05
€ 178,24
19NLK4DWKYAKNDWD51
20-12-2019
[# 1]
2676348-03
€ 8.466,05
20NLK4WIKMA0CFWD58
02-01-2020
[# 1]
2676348-03
€ 10.288,80
20NLK5P0TZAK9GWD55
22-01-2020
[# 1]
[# 2]
2676348-03
2676348-02
€ 4.833,34
20NLK5P56RA1BMWD55
22-01-2020
[# 1]
[# 2]
2676348-03
2676348-02
€ 5.528,99
20NLK5P6IWAD9XWD50
22-01-2020
[# 1]
[# 2]
2676348-03
2676348-02
€ 2.334,96
8. In de aangiften voor de douaneregeling ‘in het vrije verkeer brengen’ heeft eiseres de schoenen met productnummers [# 4] en [# 3] ingedeeld onder de code 6405 9090 00 van het geïntegreerd tarief van de Gemeenschappen (Taric-code) en de schoenen met productnummers [# 1] en [# 2] onder code 6405 2099 00. Beide kennen een invoertarief van 4%.
[# 4]: De correctie voor schoenen met dit productnummer is gebaseerd op een onderzoek met Plato [2] -nummer 2643283-04. Dat onderzoek heeft betrekking op een fysieke controle bij eiseres op 24 december 2020. Verweerder heeft op 21 december 2020 contact gehad met eiseres of haar vertegenwoordiger. Bij de fysieke controle waren eiseres noch de douanevertegenwoordiger aanwezig. Verweerder heeft bij de controle een monster van schoenen met hetzelfde productnummer genomen dat het douanelaboratorium heeft onderzocht. Op 3 mei 2021 heeft het douanelaboratorium een rapport opgemaakt met nummer 2222 T 21. In dat rapport staat met betrekking tot ‘schoenen [bedrijf 2] zwart’ – voor zover van belang – dat het materiaal van de buitenzool van rubber en textiel is, dat de textielvezels zich niet in de zool bevinden en dat op twee derde van een slijtagetest het textiel volledig is weggesleten. Er is volgens de onderzoekers geen sprake van een duurzame zool. Het douanelaboratorium adviseert de schoenen in te delen naar het materiaal rubber onder GN-code 6402 9190.
[# 3]: De correctie voor schoenen met dit productnummer is gebaseerd op een onderzoek met Plato-nummer 2546339-05. Dat onderzoek heeft betrekking op een fysieke controle bij eiseres die plaatsvond op 15 september 2020. Verweerder heeft op
10 september 2020 contact gehad met eiseres of haar vertegenwoordiger. Verweerder heeft bij de controle een monster van schoenen met hetzelfde productnummer genomen dat het douanelaboratorium heeft onderzocht. Daarvan is op 23 augustus 2021 een rapport opgemaakt met nummer 7986 T 21.In dat rapport staat met betrekking tot ‘ [eiseres] [# 3] ’ vermeld – voor zover van belang – dat het materiaal van de buitenzool van de schoen van kunststof of rubber en textiel is, dat de textielvezels zich niet in de zool bevinden en dat de textiellaag niet duurzaam is. Het douanelaboratorium adviseert deze schoenen in te delen onder GN-code 6402 9190.
[# 1]: De correctie voor schoenen met dit productnummer is gebaseerd op een onderzoek met Plato-nummer 2676348-03. Dat onderzoek heeft betrekking op een fysieke controle bij eiseres op 1 februari 2021. Tijdens deze fysieke controle was een loodsmedewerker aanwezig. Hij wilde niet tekenen voor akkoord met de fysieke controle, omdat hij daartoe niet gemachtigd was.
Verweerder heeft bij de controle een monster van schoenen met hetzelfde productnummer genomen dat het douanelaboratorium heeft onderzocht. Op 23 augustus 2021 heeft het douanelaboratorium een rapport opgemaakt met nummer 7688 T 21. In dat rapport staat met betrekking tot ‘ [eiseres] [# 1] ’ – voor zover van belang – dat het materiaal van de buitenzool kunststof of rubber en textiel is. Verder is vermeld dat is vastgesteld dat de textielvezels zich niet in de zool bevinden en de textiellaag niet duurzaam is. Het douanelaboratorium adviseert de schoenen in te delen onder GN-code 6404 1990.
[# 2]: De correctie voor schoenen met dit productnummer is gebaseerd op een onderzoek met Plato-nummer 2676348-02. Dat onderzoek heeft betrekking op een fysieke controle bij eiseres op 1 februari 2021.
Verweerder heeft bij de controle een monster van schoenen met hetzelfde productnummer genomen dat het douanelaboratorium heeft onderzocht. Op 12 mei 2021 heeft het douanelaboratorium een rapport opgemaakt met nummer 3772 T 21. Daarin staat met betrekking tot ‘ [product] ’ – voor zover van belang – dat het materiaal van de buitenzool kunststof of rubber en textiel is. Verder wordt vermeld dat is vastgesteld dat de textielvezels zich niet in de zool bevinden. Het douanelaboratorium adviseert de schoenen in te delen onder GN-code 6404 1990.
9. Verweerder heeft op grond van bovengenoemde laboratoriumonderzoeken de indeling van de schoenen met productnummers [# 1] en [# 2] gecorrigeerd naar Taric-code 6404 1990 00 en schoenen met productnummers [# 4] en
[# 3] gecorrigeerd naar Taric-code 6402 9190 00. Hieraan is een invoertarief verbonden van 16,9%.

Zaak HAA 24/430

10. Eiseres heeft op 12 augustus 2021 aangifte gedaan met nummer 21NLKS8PK9A51GWD57 voor de douaneregeling in het vrije verkeer brengen. Eiseres heeft hierin, voor zover thans nog van belang, aangifte gedaan van ‘footwear’, schoenen met productnummers [# 5] (artikel 1) en [# 6] (artikel 3). Deze schoenen heeft zij in de aangifte ingedeeld onder Taric-codes 6405 1000 00 en 6405 9090 00. Aan deze Taric-codes zijn invoerrechten verbonden van respectievelijk 3,5% en 4%.
11. In de Plato-dossiers met nummers 2876465 en 2876464 staat vermeld dat de schoenen op 18 augustus 2021 aan een fysieke controle zijn onderworpen op het toenmalige bedrijfsadres van eiseres nadat verweerder op 12 augustus 2021 een elektronische melding heeft gedaan aan de douanevertegenwoordiger. Van de schoenen met productnummers
[# 5] en [# 6] zijn monsters genomen en deze zijn onderzocht door het douanelaboratorium.
11. In het rapport van het douanelaboratorium van 7 oktober 2021 met nummer 11796 T 21 met betrekking tot schoen ‘ [eiseres] [# 5] ’ staat – voor zover van belang – dat het materiaal van de buitenzool kunststof/rubber en textiel is. Verder wordt vermeld dat is vastgesteld dat de textielvezels zich niet in de buitenzool bevinden en dat uit de slijtagetest blijkt dat de textiellaag niet duurzaam is. Het douanelaboratorium adviseert de schoenen in te delen onder GN-code 6403 9118, Taric-onderverdeling 90.
11. In het rapport van het douanelaboratorium van 7 oktober 2021 met nummer 11798 T 21 met betrekking tot schoen ‘ [eiseres] [# 6] ’ staat – voor zover van belang – dat het materiaal van de buitenzool kunststof/rubber en textiel is. Verder wordt vermeld dat is vastgesteld dat de textielvezels zich niet in de buitenzool bevinden en dat uit de slijtagetest blijkt dat de textiellaag niet duurzaam is. Het douanelaboratorium adviseert de schoenen in te delen onder GN-code 6402 9190, Taric-onderverdeling 00.
11. Verweerder heeft op 16 februari 2023 het voornemen tot correctie van de indeling van het product [eiseres] [# 5] naar de Taric-code 6403 9118 90 aan eiseres meegedeeld. Hieraan is een invoertarief verbonden van 8%.
Op 20 februari 2023 heeft verweerder het voornemen tot correctie van de indeling van het product [eiseres] [# 6] (de rechtbank begrijpt, gelet op het toegepaste tarief) naar Taric-code 6402 9190 00 aan eiseres meegedeeld. Daaraan is een invoertarief verbonden van 16,9%.
Via het elektronisch aangiftesysteem AGS (AGS) heeft verweerder aan (de vertegenwoordiger van) eiseres op 7 maart 2023 utb 2 verzonden voor de verschuldigde douanerechten van € 2.448,60 voor artikel 1 en Pro € 6.291,77 voor artikel 3.
Zaak HAA 24/431
15. Eiseres heeft op 11 oktober 2021 aangifte gedaan met nummer 21NLKUMM1DAEDJWD57 voor de douaneregeling in het vrije verkeer brengen.
Eiseres heeft hierin, voor zover thans nog van belang, aangifte gedaan van “casual shoes”, schoenen met productnummers [# 7] , [# 8] en [# 9] . Deze schoenen heeft zij in de aangifte ingedeeld onder Taric-code 6405 2099 00. Aan deze Taric-code is een invoerrecht verbonden van 4%.
16. In het Plato-dossier met nummer 2933845 staat vermeld dat de schoenen op 13 oktober 2021 aan een fysieke controle zijn onderworpen op het toenmalige bedrijfsadres van eiseres en dat verweerder dit op 11 oktober 2021 elektronisch heeft gemeld aan de douanevertegenwoordiger. Van de schoenen met productnummers [# 7] en [# 8] en [# 9] zijn monsters genomen en deze zijn onderzocht door het douanelaboratorium.
16. In het rapport van het douanelaboratorium van 30 november 2021 met nummer 14076 T 21 met betrekking tot schoen ‘ [eiseres] [# 8] ’ staat – voor zover van belang – vermeld dat het materiaal van de buitenzool kunststof/rubber en textiel is. Verder wordt daarin meegedeeld dat de textiellaag van de buitenzool niet duurzaam is en dat uit de slijtagetest bleek dat de textiellaag niet duurzaam is. Het douanelaboratorium adviseert de schoenen in te delen onder de GN-code 6404 1990, Taric-onderverdeling 00.
16. In het rapport van het douanelaboratorium van 30 november 2021 met nummer 14077 T 21 met betrekking tot schoen ‘ [eiseres] [# 7] staat – voor zover van belang – vermeld dat het materiaal van de buitenzool kunststof/rubber en textiel is. Verder wordt daarin meegedeeld dat de textielvezels zich niet in de buitenzool bevinden en dat de textiellaag van de buitenzool niet duurzaam is. Het douanelaboratorium adviseert de schoenen in te delen onder de GN-code 6404 1990, Taric-onderverdeling 00.
16. Verweerder heeft op 13 september 2022 een kennisgeving van voorgenomen correctie van de indeling en deze uitslagen van de monsteronderzoeken aan eiseres meegedeeld. Naar aanleiding van de reactie van eiseres heeft verweerder het douanelaboratorium een aanvullend onderzoek laten uitvoeren.
16. In het rapport van het douanelaboratorium van 19 december 2022 met nummer 14078 T 21 wordt een aanvullende uitslag gegeven met betrekking tot schoen ‘ [eiseres] [# 7] , waarmee de voorgaande uitslag vervalt. In het rapport is vermeld dat de rechterschoen eerder is geanalyseerd en een ander productnummer heeft dan op de doos is vermeld en in het label van de linkerschoen. Nu zijn op de linkerschoen, met productnummer [# 9] , dezelfde analyses uitgevoerd als op de rechterschoen, met productnummer [# 7] .
Verder is in het rapport vermeld – voor zover van belang – dat de bevindingen voor beide schoenen dezelfde zijn. Het materiaal van de buitenzool is van kunststof/rubber en textiel. Opnieuw is vastgesteld dat de textielvezels zich niet in de buitenzool bevinden, en dat de textiellaag van de buitenzool niet duurzaam is. Het douanelaboratorium adviseert de schoen in te delen onder de GN-code 6404 1990, Taric-onderverdeling 00.
Eiseres is hierover geïnformeerd en verzocht om de bijbehorende factuur. Eiseres heeft deze op 8 februari 2023 aan verweerder doen toekomen.
21. Via het AGS-aangiftesysteem heeft verweerder aan (de vertegenwoordiger van) eiseres op 10 februari 2023 utb 3 verzonden voor de verschuldigde douanerechten van € 2.754,73.

Geschil

22. In geschil is of verweerder de indeling van de schoenen terecht heeft gecorrigeerd. Daarbij ligt in alle zaken de vraag voor of de monsterneming op de juiste wijze heeft plaatsgevonden. Verder is in de zaak HAA 24/122 in geschil of verweerder de resultaten van onderzoeken die het douanelaboratorium heeft verricht op eerder ingevoerde schoenen met hetzelfde productnummer kan extrapoleren. Daarnaast verschillen partijen in de zaak HAA 24/130 van mening over de vraag of utb 2 moet worden vernietigd omdat het verdedigingsbeginsel is geschonden.
Standpunten eiseres
Zaak HAA 24/122
23. Eiseres stelt dat verweerder ten onrechte extrapolatie toepast van (eerdere) monsteronderzoeken van aangiften ten invoer tot verbruik welke niet bij het onderzoek betrokken zijn. Verweerder schiet daarbij tekort in de bewijslast omdat iedere aangifte op zichzelf staat. De artikelnummers die eiseres gebruikt om artikelen aan te duiden, hebben niets te maken met de samenstelling. Ook hebben meerdere fysieke controles plaatsgevonden op dezelfde artikelnummers met verschillende uitkomsten. Indien de indeling in de eerste controle conform het onderzoek is bevonden, mag eiseres daarop vertrouwen.
Verder heeft verweerder extrapolatie toegepast op basis van monsteronderzoeken waarvan de procedures en essentiële voorwaarden bij monsteronderzoeken niet correct zijn gevolgd en vervuld. Daarom kunnen de resultaten van het monsteronderzoek niet dienen als grondslag voor de gewijzigde indeling. Verweerder heeft de douanevertegenwoordiger van eiseres er niet van op de hoogte gebracht dat monsters zouden worden genomen. Ook heeft de douanevertegenwoordiger geen loodsmedewerker aangewezen als gemachtigde om te tekenen voor akkoordverklaring. Doordat de monsterneming niet conform de regelgeving is gedaan, kan ook niet worden beoordeeld of de monsters representatief zijn conform Sampling Methodes for Customs and Taxation Authorities (SAMANCTA). Tot slot stelt eiseres dat zij bij de wijziging van de onderzoeksmethoden is benadeeld ten opzichte van andere marktpartijen waarvan verweerder niet over monsters beschikte.
Zaak HAA 24/430
24. Eiseres voert aan dat de resultaten van het laboratoriumonderzoek niet als representatief kunnen worden aangemerkt omdat de procedures en essentiële voorwaarden bij de monstername niet zijn gevolgd en vervuld. Daarom kunnen de resultaten van het monsteronderzoek niet dienen als grondslag voor de gewijzigde indeling.
Verweerder heeft de douanevertegenwoordiger niet op de hoogte gesteld dat naast de fysieke inspectie ook nog een monsterneming zou plaatsvinden. Hierdoor heeft de aangever niet de keuze gehad om aanwezig te zijn en haar recht op verdediging uit te kunnen oefenen. Eiseres kan ook niet beoordelen of de monsters die genomen zijn, representatief zijn conform de SAMANCTA-procedure. Daarnaast is geen voornemen tot monsteronderzoek in het Plato-dossier opgenomen. Eiseres meent dat dit ook strijdig is met artikel 5:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Tot slot voert eiseres aan dat verweerder het recht op verdediging, zoals is opgenomen in artikel 22, zesde lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU), heeft geschonden. Tussen het voornemen tot correctie van 16 februari 2023 en de definitieve utb van 8 maart 2023 zitten 20 in plaats van 30 dagen. Deze schending leidt volgens eiseres tot vernietiging van de utb. Zij wijst daarvoor onder meer op het arrest van de Hoge Raad van 10 december 2021 [3] en op een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie) van 3 juli 2014 [4] .
Zaak HAA 24/431
25. Eiseres voert aan dat de resultaten van het laboratoriumonderzoek niet als representatief kunnen worden aangemerkt omdat de procedures en essentiële voorwaarden bij de monstername niet zijn gevolgd en vervuld. Daarom kunnen de resultaten van het monsteronderzoek niet dienen als grondslag voor de gewijzigde indeling.
Uit geen van de (Plato)dossiers blijkt volgens eiseres dat de douanevertegenwoordiger op de hoogte is gebracht dat monsters zouden worden genomen, of dat de douanevertegenwoordiger een loodsmedewerker heeft aangewezen als gemachtigde. Doordat de monsterneming niet conform de regelgeving is gedaan, kan ook niet worden beoordeeld of de monsters die genomen zijn representatief zijn conform SAMANCTA.
26. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen.

Standpunten verweerder

Alle zaken
27. Verweerder meent dat de uitslagen van de monsteronderzoeken terecht ten grondslag zijn gelegd aan de onderhavige utb’s.
Hij stelt dat de controles correct zijn uitgevoerd en voldoen aan artikel 240 van Pro de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/2447 (UVo.DWU). Eiseres is vooraf van de fysieke controle op de hoogte gesteld. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat voorafgaand aan de controle een elektronische melding aan de aangever is gedaan, dat er mailverkeer is geweest over locatie en tijdstip van de controle, dat er een gas-verklaring is aangevraagd door (een vertegenwoordiger van) eiseres om de container op een bepaalde tijd te openen, en dat ter plekke een medewerker de douanier heeft binnengelaten en de betrokken containers heeft aangewezen. De aangever had ervoor kunnen kiezen de fysieke controle bij te wonen. Voorts ligt het gelet op de aard van het product in de lijn der verwachting dat tijdens een controle een monster genomen wordt, aangezien de indeling niet met het blote oog is te verifiëren. Verweerder wijst erop dat SAMANCTA is bedoeld als richtsnoer met betrekking tot het bemonsteren van goederen door de Douane, maar geen professioneel of juridisch advies is. Meerdere gerechtshoven [5] hebben geoordeeld dat het een aanbeveling is en geen verplichte norm. Bovendien zijn de genomen monsters representatief voor de homogene partij schoenen. Twijfel aan de representativiteit is niet aan de orde.
Zaak HAA 24/122
28. Verweerder beroept zich verder op het arrest van het Hof van Justitie van 27 februari 2014 (het Greencarrier-arrest) [6] . Hieruit volgt dat de resultaten van een onderzoek geëxtrapoleerd kunnen worden naar goederen die in eerdere douaneaangiften zijn vermeld en die door deze autoriteiten reeds zijn vrijgegeven, indien er sprake is van identieke goederen. Gelet op het productnummer is sprake van identieke goederen. De stelling van eiseres dat de artikelen niet identiek zijn, is niet onderbouwd en onaannemelijk.
Verweerder stelt de correctie van de goederen niet gebaseerd te hebben op een gecorrigeerde uitslag van het douanelaboratorium (met uitzondering van het onderzoek met Plato-nummer 2643283).
Zaak HAA 24/430
29. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de verkorte reactietermijn niet tot vernietiging van het bezwarende besluit moet leiden. Dit volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2022 [7] . Eiseres heeft niet het bewijs geleverd dat wanneer de schending van de reactietermijn niet had plaatsgevonden, zij een inbreng had kunnen leveren die voor het vaststellen van het besluit van belang was en waarvan niet kan worden uitgesloten dat deze tot een besluitvormingsproces met een andere afloop had kunnen leiden.
30. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

Beoordeling van het geschil

De monsterneming

31. Met het oog op de verificatie van de juistheid van de in de aanvaarde douaneaangifte vermelde gegevens, kunnen douaneautoriteiten de goederen aan een onderzoek onderwerpen (artikel 188, aanhef en onder c, van het DWU) en monsters nemen voor een analyse of grondige controle van de goederen (artikel 188, aanhef en onder d, van het DWU). De aangever heeft op grond van artikel 189, tweede lid, van het DWU het recht daarbij aanwezig te zijn of zich daarbij te laten vertegenwoordigen. Uit artikel 238 van Pro de UVo.DWU volgt dat wanneer het bevoegde douanekantoor heeft besloten de goederen aan een onderzoek te onderwerpen of monsters te nemen, het douanekantoor hiervoor het tijdstip en de plaats aanwijst en de aangever hiervan in kennis stelt. Op verzoek van de aangever kan het bevoegde douanekantoor ook een andere plaats aanwijzen dan een douanekantoor. Uit artikel 240, eerste lid, van de UVo.DWU volgt dat wanneer het douanekantoor besluit monsters te nemen van de goederen, het de aangever daarvan in kennis stelt.
31. Eiseres betwist in alle zaken dat zij vooraf in kennis is gesteld van de voorgenomen monsterneming. Het is dan aan verweerder om aannemelijk te maken dat dit wel is gebeurd [8] . De rechtbank stelt vast dat eiseres niet heeft betwist dat verweerder tijdig een fysieke controle heeft aangekondigd. Ook uit het berichtenverkeer zoals vastgelegd in AGS – meer in het bijzonder het DMSCTL-bericht – en het Plato-dossier dat zich in alle zaken bevindt, en de toelichting van verweerder ter zitting over het toelaten van de Douane tot het bedrijfsadres van eiseres en de betreffende containers, blijkt dat eiseres, dan wel haar douanevertegenwoordiger, vooraf op de hoogte was van de fysieke controle. De rechtbank is van oordeel dat hiermee is komen vast te staan dat verweerder eiseres op juiste wijze vooraf heeft geïnformeerd. Een ‘fysieke controle’ kan immers betekenen dat goederen aan een onderzoek worden onderworpen én dat daarvan monsters worden genomen voor een analyse of grondige controle. De rechtbank wijst hierbij ook op het bepaalde in artikel 188 van Pro het DWU, waaruit volgt dat de verificatie van een douaneaangifte onder meer beide kan omvatten.
33. Uit de artikelen 238 en 240 van de UVo.DWU volgt dat de Douane de aangever in kennis dient te stellen van de monsterneming en het tijdstip en de locatie ervan. Deze verplichting bestaat naast de verplichting de aangever in te kennis te stellen van een fysieke controle. Verweerder heeft, gelet op wat hiervoor is overwogen in deze zaken, niet in strijd gehandeld met voornoemde artikelen. De rechtbank slaat daarbij acht op het doel van de kennisgeving. Immers, indien een belanghebbende van een monsterneming op de hoogte is, dan kan deze ervoor kiezen zijn aanwezigheidsrecht uit te oefenen, bijvoorbeeld om te controleren of het monster representatief is of om een contra-monster aan te vragen. Dit belang weegt bij de goederen die in geschil zijn minder zwaar omdat eiseres (via zijn douanevertegenwoordiger) in kennis is gesteld van de fysieke controle en uit een lading schoenen met een bepaald productnummer telkens een of meer hele schoenen – en dus niet slechts een gedeelte daarvan – als monster worden genomen en niet is gebleken dat onder hetzelfde productnummer verschillende soorten schoenen zijn ingevoerd. Dat ligt ook niet voor de hand nu het productnummer ook door de fabrikant op de facturen wordt gebruikt ter identificatie van de schoenen. De stelling dat een schoen verschillende productnummers kan hebben, leidt niet tot de door eiseres gestelde conclusie dat een andere laboratoriumuitslag voor schoenen met hetzelfde productnummer mogelijk is.
Nu eiseres (via haar douanevertegenwoordiger) de mogelijkheid heeft gehad om aanwezig te zijn bij de fysieke controle, is de rechtbank van oordeel dat haar rechten niet geschonden zijn.
De verwijzing door eiseres naar de SAMANCTA-normen leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat die normen slechts een aanbeveling zijn [9] . Ook de verwijzing van eiseres naar artikel 5:18, derde lid, van de Awb brengt geen verandering in het voorgaande. Op grond van artikel 1:6, vierde lid, van de Algemene douanewet is titel 5.2 van de Awb immers niet van toepassing.
Zaak HAA 24/144: extrapolatie
34. Uit punt 31 van het Greencarrier-arrest volgt dat het bij extrapolatie van onderzoeksbevindingen moet gaan om identieke goederen. Verder is in deze rechtsoverweging te lezen dat de voorwaarde wordt gesteld dat identieke goederen afkomstig zijn van dezelfde fabrikant, dezelfde benaming en samenstelling hebben en er hetzelfde uitzien als de goederen waarop de eerdere douaneaangiften betrekking hadden. De vaststelling dat het identieke goederen betreft, kan met name gebaseerd zijn op de controle van de handelsdocumenten en gegevens aangaande de in of uitvoertransacties ten aanzien van de betrokken goederen en aangaande de handelstransacties die later in verband met deze goederen plaatsvinden.
34. De rechtbank stelt vast dat verweerder van de schoenen met de productnummers [# 4] , [# 3] , [# 1] en [# 2] geen monsters heeft genomen naar aanleiding van de aangiften vermeld onder 7. Verweerder heeft de uitslagen van de monsteronderzoeken in het kader van de aangiften 20NLKIUDKEAB7VWD50, van
18 december 2020, en 20NLKEV10TA7J1WD55, van 9 september 2020 (de rapporten van het laboratorium met de nummers 2222 T 21, 7986 T 21, 7688 T 21en 3772 T 21) geëxtrapoleerd naar de aangiften vermeld onder 7.
34. De rechtbank stelt vast dat de rapporten van het douanelaboratorium met de nummers 2222 T 21, 7986 T 21, 7688 T 21en 3772 T 21 betrekking hebben op exact dezelfde productnummers als de schoenen die in het kader van deze aangiften zijn onderzocht. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat een schoen met eenzelfde productnummer andere eigenschappen en kenmerken zou hebben met betrekking tot de zool. Uit de toelichting van eiseres over de betekenis van de productnummers blijkt immers dat schoenen met hetzelfde productnummer zijn gemaakt door dezelfde fabrikant, geproduceerd voor hetzelfde seizoen, hetzelfde merk betreffen en dezelfde kleur hebben. Dat zij een ander uiterlijk of een andere samenstelling zouden hebben, blijkt nergens uit en ligt ook niet in de rede. Gelet daarop is sprake van identieke goederen in de zin van het Greencarrier-arrest.
34. Verder is het tijdsverloop tussen de data van aangifte (20 december 2019,
2 januari 2020, 22 januari 2020 en 15 september 2020) en de datum van monsterneming betreffende de aangiften in de referentiezaken (18 december 2020 en 9 september 2020) dermate kort dat niet aannemelijk is dat sprake zou zijn van verschillende producten. De stelling van eiseres dat dezelfde schoen meerdere productnummers kan hebben, doet in dit verband niet ter zake. Dat betekent dat ingevoerde schoenen met hetzelfde productnummer onderling geen relevante verschillen vertonen.

Zaak HAA 24/144: nieuwe onderzoeksmethode

38. Eiseres heeft aangevoerd dat in de afgelopen jaren bij haar verschillende fysieke controles zijn uitgevoerd. Dit heeft voor een aantal productnummers die hier in geschil zijn in het verleden niet geleid tot een wijziging van de indeling. Ook bestaat in een aantal gevallen voor dezelfde schoen een afwijkende laboratoriumuitkomst die niet heeft geleid tot een correctie. Zij mocht daarop vertrouwen.
38. Verweerder heeft onweersproken verklaard dat voorheen door het douanelaboratorium een andere onderzoeksmethode werd gebruikt en dat alle laboratoriumonderzoeken, waarvan hij de resultaten ten grondslag heeft gelegd aan de hier in geding zijnde utb’s, zijn uitgevoerd volgens een nieuwe, verbeterde methode. Naar het oordeel van de rechtbank staat het verweerder vrij om controles uit te voeren en daarbij de nieuwste onderzoekstechnieken toe te passen. De oude laboratoriumuitslag staat hieraan niet in de weg. Het beroep op de oude laboratoriumuitslag kan daarom niet slagen. Niet wordt ingezien dat eiseres is benadeeld door daarbij gebruik te maken van een identiek monster dat verweerder nog ter beschikking heeft. Daarbij is betrokken dat verweerder ter zitting heeft toegelicht dat de controles gestuurd werden op goederencodes en niet op aangever/eiseres. Zij verkeerde daardoor niet in een andere marktpositie dan haar concurrenten.
Zaak HAA 24/430: schending verdedigingsbeginsel
40. Een schending van het verdedigingsbeginsel leidt pas tot vernietiging van het besluit als het besluitvormingsproces van de douaneautoriteiten zonder schending een andere afloop zou kunnen hebben gehad. Voor dit oordeel is voldoende te bewijzen dat wanneer de schending niet had plaatsgevonden degene tot wie de utb is gericht, een inbreng had kunnen leveren die voor het vaststellen van de utb van belang was en waarvan niet kan worden uitgesloten dat deze tot een besluitvormingsproces met een andere afloop had kunnen leiden [10] .
41. Verweerder heeft de reactietermijn van 30 dagen niet in acht genomen, nu het voornemen tot correctie van 16 februari 2023 dateert en de definitieve utb op 7 maart 2023 is vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank leidt dit echter niet tot vernietiging van utb 2, omdat eiseres niet heeft onderbouwd welke inbreng zij had willen leveren die voor het vaststellen van de utb van belang was en waarvan niet kan worden uitgesloten dat deze tot een besluitvormingsproces met een andere afloop had kunnen leiden. De enkele schending is daartoe niet voldoende.

Conclusie

42. De beroepen zijn ongegrond. Er bestaat geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, voorzitter, mr. P.H. Lauryssen en
mr. E.M.R. Vennekens, leden, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.
griffier voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is per post verzonden op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de douanekamer van het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Eiseres hanteert op haar website Richtlijn 94/11/EG.
2.Plato is een gestandaardiseerde wijze van verslaglegging van controleopdrachten en -resultaten.
3.ECLI:NL:2021:1850.
4.ECLI:EU:C:2014:2041.
5.Bijvoorbeeld Gerechtshof Den Haag 15 april 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1058.
6.Zaak C-571/12, Greencarrier Freight Services Latvia SIA, ECLI:EU:C:2014:102.
8.Zie Gerechtshof Amsterdam 14 juni 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ6558, r.o. 7.2 en Gerechtshof Amsterdam 19 december 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ6338, r.o. 6.2.
9.Zie Gerechtshof Den Haag 15 april 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1058, r.o. 5.11.
10.Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1666.