Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
ieder afzonderlijk voor zich in privé en tezamen in hun hoedanigheid van vennoten in de vennootschap onder firma
[de VOF 1],
[eiser sub 3],
4.
[eiseres sub 4],
ieder afzonderlijk voor zich in privé en tezamen in hun hoedanigheid van vennoten in de vennootschap onder firma
[de VOF 2],
[eiseres sub 5],
6.
[eiseres sub 6],
7.
[eiser sub 7],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met 26 producties;
3.De feiten
allewerkzaamheden in de winter uitgevoerd zouden kunnen worden, zoals Liander ook eerder heeft aangegeven. Het was altijd al de bedoeling dat de herstelwerkzaamheden ook deels in het voorjaar zouden worden uitgevoerd. Juist ter voorkoming van meerdere schade was het echter nodig om wel alvast een start te maken met het herstel in het najaar. De uitvoering daarvan werd cliënte echter onmogelijk gemaakt, doordat haar de toegang tot de grond van uw cliënten op 6 december 2021 (dus
nabovenstaand bericht van de aannemer) werd ontzegd. Uw cliënten zijn vervolgens ook niet ingegaan op het aanbod van Liander zoals verwoord in haar brief van 13 december 2021. De eventuele schade die hierdoor is ontstaan blijft geheel voor eigen rekening en risico van uw cliënten. (…)
4.Het geschil
5.De beoordeling
het terugbrengen van de grondlagen, het herstellen van in het perceel aanwezige drainage, het afwerken en in oude staat herstellen van de tijdelijke werkstrook en het schoon achterlaten van de percelen”. [eisers] hebben dus geen recht (meer) op overleg over bijvoorbeeld herstelwerkzaamheden, zoals zij kennelijk menen. Zij kunnen alleen nog schade bij de kantonrechter vorderen. De vergelijking naar de uitspraak van deze rechtbank van 21 juli 2021 [1] gaat in zoverre niet op; die uitspraak betreft het eerste alternatief en is op dit punt dus niet vergelijkbaar.
Op de percelen van (…) is na aanleg van de kabels een grondtekort ontstaan. Om dit tekort op te heffen is de B-laag van een afgegraven perceel aan de [adres] te Middenmeer geselecteerd. Deze B laag is gekeurd en de ligging is bekend. De uniformiteit van de B laag op het afgegraven perceel maakt de grond uitermate geschikt voor de toepassing op de percelen. De grond wordt verdeeld over de bestaande B-laag en daarna niet dieper dan de bestaande laag gewoeld om de lagen te mengen. Als de sleuf op deze manier met de gewenste overhoogte is overhoot aangevuld en geëgaliseerd kan de teelaarde terug worden geplaatst en het perceel zaaiklaar gemaakt. De aanwezigheid van onkruidzaden is in de B-laag aanzienlijk minder waardoor het gebruik van spuitmiddelen voor onkruidbestrijding kan worden gereduceerd.”
De grond uit de Wieringermeer die als aanvulling op het hele tracé is gebruikt is wat samenstelling en verwerkbaarheid betreft geschikt voor het perceel van [vennoten VOF 1] omdat deze grond verwerkt wordt als B-grond. Wij constateren nu tijdens het afgraven van de B-grond voor een van de andere perceel eigenaren (...) dat de grond geen onverwachte verschillen in kwaliteit heeft. Het aaltjesonderzoek in de voor [vennoten VOF 1] beschikbare grond heeft aangetoond dat geen van de voor de bedrijfsvoering van [vennoten VOF 1] schadelijke aaltjes in de aanvulgrond voorkomen. Dit maakt de aanvulgrond zeer geschikt voor verwerking en vrij van risico's voor [vennoten VOF 1].”
de oorspronkelijke goede waterdoorlatendheid benaderen is een flinke opgave. Dit vraagt o.a. droge omstandigheden bij en na het losmaken én daarna een diep wortelend gewas die de gemaakte ruimte 'stabiliseert'. Dit is in de winter onmogelijk.” De tweede notitie (van 25 maart 2022) bevat een advies over drainage en herstel bij droge omstandigheden. De derde notitie (van 3 augustus 2022) gaat onder andere over onderzoek op 5 april en 1 juni 2022. Hierin staat: “
Op basis van het onderzoek op 5 april concluderen we dat in deze percelen voorlopig geen drainage-herstel zinvol mogelijk is en ook niet noodzakelijk is. Het onderzoek op 1 juni bevestigt dit: op de meeste plekken komt er wat meer ‘lucht’ in de grond, maar het bodemprofiel is boven het grondwater nog wel vochtig tot zeer vochtig. Het grondwaterpeil staat op het niveau van de drainage in de omgeving.” Liander betwist deze bevinden op zichzelf niet en voert geen inhoudelijk verweer tegen deze bevindingen van Aequator. De kantonrechter stelt daarom op basis van deze drie notities vast dat het herstel niet in de winter, maar bij droge omstandigheden en een niet vochtig bodemprofiel moet plaatsvinden.
“Op dit moment worden de percelen door de cultuurtechnisch expert helaas nog te nat geacht. Het ziet er nu naar uit dat wij dit jaar nietallebovengenoemde herstelwerkzaamheden kunnen uitvoeren. Definale cultuurtechnische afwerkingzal hoogstwaarschijnlijk pas in het voorjaar van 2022 kunnen plaatsvinden. Nogmaals, dit doen wij om de kwaliteit van onze werkzaamheden te waarborgen en schade aan de percelen zo veel mogelijk te beperken. [onderstrepingen toegevoegd, advocaat]”.Liander voert aan dat het ter voorkoming van schade wel nodig was om alvast een start te maken met het herstel in het najaar/de winter van 2021 en dat de resterende werkzaamheden later (in het voorjaar) uitgevoerd zouden worden. Dit standpunt wordt ondersteund door het gespreksverslag van 5 november 2021 van [eisers] Daarin staat dat de cultuurtechnische afwerking de verantwoordelijkheid van [naam 3] is en [naam 3] de grond eerst ‘winterklaar maken’ wil: “
De aanvulgrond willen ze aangevoerd hebben, de rijplaten weghalen (het water moet eraf kunnen) en dan het voorjaar afwachten voor het aanbrengen van de teelaarde.” [eisers] hebben dit niet betwist, althans niet gemotiveerd betwist. De kantonrechter neemt daarom aan dat de voorgenomen voorbereidende herstelwerkzaamheden in de winter en het afwerken in het voorjaar op zichzelf een deugdelijke wijze van herstel inhouden.
Het is juist dat telkens bij de beoordeling of ten aanzien van een kostenpost die als schade vergoed dient te worden aan de hand van de omstandigheden van het geval beoordeeld dient te worden of sprake is van met btw belaste kosten, waarvan de btw verrekend kan worden. Cliënten hebben hun accountant gevraagd om te beoordelen welke btw onderdelen voor verrekening in aanmerking komen. De bevindingen van de accountant zullen op een later moment worden aangeleverd.” [13]