Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2022, te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een/meerdere (grote) geldbedrag(en), met een (opgetelde) waarde van (ongeveer):
- 30.155 euro (aangetroffen bij [verdachte] op 20 februari 2022 te Schiphol) en/of
- 138.235 euro (door [verdachte] benoemd als zijnde gokwinsten binnen voornoemde periode),
althans (van) een of meer voorwerpen/geldbedrag(en)
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
primairhij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 25 oktober 2017 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Rabobank heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het verstrekken van een hypothecaire (geld)lening (van in totaal: 318.150 euro), immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – opzettelijk:
- een arbeidsovereenkomst (voor de duur van 12 maanden) op naam van [medeverdachte A] bij werkgever '[bedrijf A]' per 01 mei 2017 (en met als einddatum 30-4-2018), aan de Rabobank aangeleverd en/of
- een arbeidsovereenkomst (voor de duur van 12 maanden) op naam van [verdachte] bij werkgever '[bedrijf B]' per 01 april 2017 (en met als einddatum 21-3-2018), aan de Rabobank aangeleverd,
- waarna/op basis waarvan de Rabobank een offerte (“offerte en overeenkomst lening”) heeft uitgebracht voor een hypotheek ter hoogte van 318.150 euro en) hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte (vervolgens) deze offerte heeft/hebben ondertekend op 25 oktober 2017 (en nadien deze offerte heeft/hebben ingestuurd aan de Rabobank),
- terwijl verdachte en/of zijn medeverdachte in werkelijkheid toen nooit in dienst zijn geweest bij [bedrijf A] respectievelijk [bedrijf B], en/of hij en/of zij (ruim) voor die 25 oktober 2017 al uit dienst was/waren getreden, waardoor/-na de Rabobank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte/verstrekking;
- een arbeidsovereenkomst (voor de duur van 12 maanden) op naam van [medeverdachte A] bij werkgever '[bedrijf A]' per 01 mei 2017 (en met als einddatum 30-4-2018) en/of
- een arbeidsovereenkomst (voor de duur van 12 maanden) op naam van [verdachte] bij werkgever '[bedrijf B]' per 01 april 2017 (en met als einddatum 21-3-2018);
hij op of omstreeks 20 februari 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot het doen van (schriftelijke) (volledige en/of juiste) aangifte, zoals bedoeld in artikel 3 van Pro de Verordening (EU) 2018/1672 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2018 betreffende de controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1889/2005, immers heeft hij toen en daar geen of onvolledige of onjuiste aangifte gedaan, terwijl hij die Unie verliet en liquide middelen ten bedrage van EUR 10.000,- of meer vervoerde, te weten een geldbedrag van (in totaal) 30.155 euro.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- de verdachte had enkel coupures van 50 euro bij zich en heeft bij de douane verklaard dat hij het geleende geld ook heeft ontvangen in coupures van 50 euro. [de zus van verdachte] heeft echter verklaard dat zij het bedrag geheel althans deels in coupures van 100 euro heeft uitgeleend aan de verdachte;
- de verdachte heeft bij de douane verklaard dat hij het geleende geld minimaal een paar maanden geleden heeft ontvangen, terwijl [de zus van verdachte] heeft verklaard dat zij dit bedrag op 18 februari 2022, slechts twee dagen voor de aanhouding van de verdachte, heeft uitgeleend aan de verdachte;
- de verdachte heeft bij de douane verklaard dat hij van zowel [de zus van verdachte] als [naam zwager] een bedrag van € 5.000,- heeft geleend, maar [de zus van verdachte] en [naam zwager] hebben verklaard dat deze verdeling anders zou zijn, namelijk € 8.000,- van [de zus van verdachte] en € 2.000,- van [naam zwager].
''Bij mij moet het op dezelfde wijze gebeuren''. Hieruit leidt de rechtbank af dat een zelfde schijnconstructie ook voor de verdachte is opgezet. Verder blijkt uit onderzoek naar de locatie van de telefoon van de verdachte dat zijn telefoon in de periode waarin de verdachte in dienst zou zijn geweest bij '[bedrijf B]' geen enkele keer op of nabij zijn werkadres in Utrecht heeft gelogd, terwijl de verdachte zelf heeft verklaard dat hij ontslag heeft genomen bij '[bedrijf B]' omdat hij te vaak op kantoor aanwezig moest zijn.
hij in de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2022 in Nederland meerdere grote geldbedragen, met een opgetelde waarde van ongeveer:
- 30.000 euro (aangetroffen bij [verdachte] op 20 februari 2022 te Schiphol) en
- 138.235 euro (door [verdachte] benoemd als gokwinsten binnen voornoemde periode),
primairhij in de periode van 1 januari 2017 tot en met 25 oktober 2017 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Rabobank heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten het verstrekken van een hypothecaire geldlening van in totaal: 318.150 euro, immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – opzettelijk:
- een arbeidsovereenkomst voor de duur van 12 maanden op naam van [medeverdachte A] bij werkgever '[bedrijf A]' per 01 mei 2017, aan de Rabobank aangeleverd en
- een arbeidsovereenkomst voor de duur van 12 maanden op naam van [verdachte] bij werkgever '[bedrijf B]' per 01 april 2017, aan de Rabobank aangeleverd,
- op basis waarvan de Rabobank een offerte heeft uitgebracht voor een hypotheek ter hoogte van 318.150 euro en hij, verdachte, en zijn medeverdachte vervolgens deze offerte hebben ondertekend op 25 oktober 2017 en nadien deze offerte hebben ingestuurd aan de Rabobank,
- terwijl verdachte en zijn medeverdachte in werkelijkheid toen nooit in dienst zijn geweest bij [bedrijf A] respectievelijk [bedrijf B], waardoor de Rabobank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
hij op 20 februari 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot het doen van schriftelijke aangifte, zoals bedoeld in artikel 3 van Pro de Verordening (EU) 2018/1672 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2018 betreffende de controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1889/2005, immers heeft hij toen en daar geen aangifte gedaan, terwijl hij die Unie verliet en liquide middelen ten bedrage van EUR 10.000,- of meer vervoerde, te weten een geldbedrag van in totaal 30.155 euro.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Bijkomende straf
Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 33, 33a, 47, 57, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht; en
- 10:1 van de Algemene Douanewet.
10.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
8 [acht] maanden;