ECLI:NL:RBNHO:2026:7049

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
HAA 25/5417
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 AwbArt. 7:12 AwbArt. 7:13 AwbArt. 7:15 AwbArt. 7:16 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen onjuiste dagloonberekening WW-uitkering

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar dagloon voor de WW-uitkering is berekend op basis van polisgegevens. Zij stelt dat deze gegevens onjuist zijn, waardoor de dagloonberekening niet klopt.

De rechtbank beoordeelt of het UWV de dagloonberekening op juiste gronden heeft gebaseerd. Het UWV heeft de berekening gemaakt over de referteperiode van 1 oktober 2021 tot en met 30 september 2022, uitgaande van de polisadministratie. Eiseres heeft niet onderbouwd waarom deze gegevens onjuist of onvolledig zouden zijn.

Volgens vaste rechtspraak mag het UWV uitgaan van de polisadministratie tenzij de betrokkene het tegendeel bewijst. Omdat eiseres dit niet heeft gedaan, oordeelt de rechtbank dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt geen gelijk, geen terugbetaling van griffierecht en geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de dagloonberekening van het UWV wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/5417

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit Hoofddorp, eiseres

(gemachtigde: mr. I. Rhodes),
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) aan eiseres. Eiseres stelt dat de dagloonberekening onjuist is, omdat de polisgegevens niet kloppen. Aan de hand van deze beroepsgrond beoordeelt de rechtbank het besluit van het UWV.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 19 juni 2025 (het primaire besluit) heeft het UWV aan eiseres een WW-uitkering en een toeslag toegekend.
2.1.
Bij besluit van 21 november 2025 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 mei 2026. Eiseres en haar gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Het UWV is met voorafgaand bericht eveneens niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

3. Aan eiseres is voor de periode van 30 september 2024 tot en met 29 december 2024 een WW-uitkering toegekend en tevens een toeslag. De uitkering en de toeslag worden over de periode van 30 september 2024 tot en met 2 december 2024 niet uitbetaald, omdat deze periode meer dan 26 weken voor de aanvraag om een WW-uitkering (van 3 juni 2025) ligt. In het bestreden besluit heeft het UWV aangegeven dat het dagloon is berekend over de referteperiode van 1 oktober 2021 tot en met 30 september 2022. Verder is in het bestreden besluit vermeld dat eiseres heeft aangegeven dat zij deze periode meer had gewerkt dan bleek uit de polisgegevens en dat, omdat het UWV geen stukken van haar heeft ontvangen, hij er vanuit gaat dat de polisgegevens waarover hij beschikt juist zijn.
4. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat de dagloonberekening onjuist is, omdat de polisgegevens niet kloppen.
5. Gelet op de beroepsgrond is uitsluitend de vraag of het UWV de berekening van het dagloon op de juiste bedragen heeft gebaseerd.
6. Het is vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (zie bijvoorbeeld de uitspraak ECLI:NL:CRVB:2023:446) dat het UWV mag uitgaan van de gegevens uit de polisadministratie, tenzij een betrokkene aantoont dat deze gegevens niet juist zijn. Eiseres heeft alleen gesteld, maar niet onderbouwd, waarom de door het UWV gehanteerde gegevens uit de polisadministratie onjuist, althans onvolledig zouden zijn. Onder deze omstandigheden bestaat er geen aanleiding om te concluderen dat het UWV niet van de gegevens uit de polisadministratie heeft mogen uitgaan. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H. Boomsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.