Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6790

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
K/4101/12113807
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:673 lid 1 onder a BWArt. 7:699 lid 1 BWArt. 9 lid 2 OntslagregelingArt. 2:24b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing transitievergoeding wegens herplaatsing binnen concern zonder beëindiging arbeidsovereenkomst

De werknemer verzocht om toekenning van een transitievergoeding na herplaatsing binnen het concern van Sortiva Recycling. De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever, omdat de werknemer een passende functie bij een andere werkmaatschappij binnen hetzelfde concern heeft geaccepteerd.

De werknemer had de arbeidsovereenkomst vervolgens zelf opgezegd, waardoor geen recht op transitievergoeding bestaat. De kantonrechter benadrukte dat herplaatsing binnen een concern, ook met een nieuwe arbeidsovereenkomst, geen beëindiging inhoudt zolang arbeidsduur en arbeidsvoorwaarden grotendeels worden voortgezet.

De vordering tot betaling van de transitievergoeding, specificatie, incassokosten en proceskosten werd afgewezen. De proceskosten werden aan de zijde van de werknemer opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is gegeven door mr. S. Slijkhuis op 13 mei 2026.

Uitkomst: De vordering tot transitievergoeding wordt afgewezen omdat de werknemer is herplaatst binnen hetzelfde concern zonder beëindiging van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 12113807 \ AO VERZ 26-17/MdV
Beschikking van 13 mei 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. R. Boskma,
tegen
SORTIVA RECYCLING B.V.,
te Alkmaar,
verwerende partij,
hierna te noemen: Sortiva Recycling,
gemachtigde: mr. S. van Ketel.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van een transitievergoeding. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat er geen sprake is van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever. De werknemer is namelijk herplaatst bij een ander onderneming binnen het concern waar ook de werkgever onder valt. Omdat de werknemer de arbeidsovereenkomst vervolgens zelf heeft opgezegd, heeft hij geen recht op een transitievergoeding.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek gedaan om een transitievergoeding toe te kennen. Sortiva Recycling heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
Op 16 april 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen en hun gemachtigden hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Partijen hebben ook spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen.

2.De feiten

2.1.
Sortiva Recycling maakt onderdeel uit van Sortiva Holding B.V. Het concern bestaat uit drie ondernemingen, te weten de holding met daaronder twee afzonderlijke werkmaatschappijen, Sortiva Recycling en Sortiva B.V.
2.2.
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , was sinds 24 juni 2013 in dienst bij (de rechtsvoorganger van) Sortiva Recycling. De laatste functie van [verzoeker] was voorman met een loon van € 3.919,94 bruto per maand. [verzoeker] was werkzaam op de vestiging van Sortiva Recycling in Heerhugowaard.
2.3.
Op 10 oktober 2025 heeft Sortiva Recycling [verzoeker] en de andere werknemers van de vestiging in Heerhugowaard laten weten dat die vestiging zou gaan sluiten wegens organisatorische redenen. Sortiva Recycling heeft daarbij aangegeven dat zij alle medewerkers graag wilde behouden en dat zij op zoek zou gaan naar herplaatsingsmogelijkheden op andere vestigingen.
2.4.
Omdat de functie als voorman niet beschikbaar was op een andere vestiging, zijn aan [verzoeker] twee andere passende functies als machinist in een lagere salarisschaal aangeboden op de vestigingen in Alkmaar en Vijfhuizen, waarbij een afbouwregeling voor het salaris conform de CAO Beroepsgoederenvervoer is voorgesteld.
2.5.
[verzoeker] heeft, na diverse gesprekken hierover, de functie in Vijfhuizen geaccepteerd. [verzoeker] heeft vervolgens een nieuwe arbeidsovereenkomst ondertekend, op basis waarvan hij per 1 december 2025 in dienst is getreden bij Sortiva B.V., aangezien de vestiging in Vijfhuizen onder die werkmaatschappij valt. De dienstjaren en arbeidsvoorwaarden die [verzoeker] had bij Sortiva Recycling, zijn overgegaan naar Sortiva B.V.
2.6.
Vanwege de eerdere sluiting van de vestiging in Heerhugowaard, is [verzoeker] al op 19 november 2025 gestart in zijn nieuwe functie in Vijfhuizen. Op 20 november 2025 heeft [verzoeker] zich ziekgemeld en op 25 november 2025 heeft [verzoeker] de arbeidsovereenkomst met Sortiva B.V. opgezegd met ingang van 1 januari 2026. [verzoeker] heeft zich diezelfde dag ook beter gemeld, waarna hij tot het einde van de arbeidsovereenkomst niet meer heeft gewerkt.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om een transitievergoeding toe te kennen van € 22.498,30, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast verzoekt [verzoeker] Sortiva Recycling te veroordelen tot het verstrekken van een deugdelijke netto/bruto specificatie waarin de transitievergoeding is verwerkt, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Tot slot verzoekt [verzoeker] de kantonrechter om Sortiva Recycling te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over die bedragen.
3.2.
[verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat de arbeidsovereenkomst voor de functie van voorman per 1 december 2025 moet worden geacht op initiatief van Sortiva Recycling te zijn beëindigd, doordat er vanaf die datum sprake is van een nieuwe arbeidsovereenkomst in een andere functie bij een andere B.V. en dus andere werkgever. [verzoeker] stelt om die reden recht te hebben op een transitievergoeding.
3.3.
Sortiva Recycling voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Sortiva Recycling heeft de arbeidsovereenkomst namelijk niet beëindigd, aangezien [verzoeker] is herplaatst binnen hetzelfde concern als waar Sortiva Recycling onder valt. Er is dan ook sprake van een voortgezette arbeidsovereenkomst bij een opvolgend werkgever en niet van een (gedeeltelijke) beëindiging van de arbeidsovereenkomst die recht geeft op een transitievergoeding.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of het vervullen van de nieuwe functie van machinist per 1 december 2025 bij een andere onderneming aan te merken is als een beëindiging van de arbeidsovereenkomst door Sortiva Recycling die aanspraak geeft op een transitievergoeding. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.2.
Uitgangspunt is dat een werkgever alleen een transitievergoeding aan de werknemer hoeft te betalen indien de arbeidsovereenkomst door de werkgever is beëindigd. [1] Voordat een werkgever de arbeidsovereenkomst met een werknemer mag beëindigen, zal een werkgever echter eerst moeten kijken of de werknemer kan worden herplaatst. [2] Hierbij moet niet alleen gekeken worden naar passende functies bij de onderneming zelf, maar in het geval de onderneming deel uitmaakt van een groep, ook bij andere ondernemingen die deel uitmaken van deze groep. [3]
4.3.
Op de zitting heeft [verzoeker] erkend dat Sortiva Recycling de arbeidsovereenkomst formeel niet heeft opgezegd en deze evenmin op verzoek van Sortiva Recycling is ontbonden. Desondanks moet de arbeidsovereenkomst worden geacht op initiatief van Sortiva Recycling te zijn beëindigd, aldus [verzoeker] . Dat volgt de kantonrechter niet. Sortiva Recycling heeft in het kader van de op haar rustende verplichting tot het onderzoeken van de mogelijkheden tot herplaatsing, passende functies aan [verzoeker] aangeboden en één van die functies heeft [verzoeker] vervolgens geaccepteerd. Er is dus sprake geweest van een succesvolle herplaatsing en niet van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Door de herplaatsing is die beëindiging juist voorkomen. Dat de aangeboden functie bij een andere onderneming was en er een nieuwe arbeidsovereenkomst is ondertekend, maakt niet dat van een beëindiging sprake is geweest. Een werkgever moet bij de mogelijkheden tot herplaatsing immers ook kijken naar passende functies bij andere ondernemingen binnen de groep waartoe de werkgever behoort. Dat is in dit geval gebeurd, aangezien Sortiva B.V. onderdeel uitmaakt van dezelfde groep als Sortiva Recycling. Nu de vestiging in Vijfhuizen juridisch gezien onder een andere werkmaatschappij valt en er op grond van de toepasselijke CAO onder meer nadere afspraken zijn over de hoogte van het salaris, is het logisch dat er een nieuwe arbeidsovereenkomst is opgesteld ter vastlegging hiervan. Dat betekent echter niet dat daarmee de eerdere arbeidsovereenkomst is geëindigd. Sortiva B.V. heeft daarbij overigens ook de arbeidsduur en arbeidsvoorwaarden zoals die golden bij Sortiva Recycling overgenomen. Ook dit past bij een herplaatsing onder voortzetting van de arbeidsovereenkomst en niet bij een beëindiging.
4.4.
Dat er geen sprake is geweest van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar van herplaatsing maakt dat [verzoeker] in beginsel geen aanspraak kan maken op een transitievergoeding. Herplaatsing in een passende functie is immers niet op één lijn te stellen met een (gedeeltelijke) beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een werknemer na herplaatsing aanspraak maken op een (deel van de) transitievergoeding, maar dat kan alleen indien er als gevolg van de herplaatsing sprake is van een substantiële vermindering van de arbeidsduur (van meer dan 20%). [4] Daarvan is in dit geval geen sprake, nu de aan [verzoeker] aangeboden functie eenzelfde arbeidsomvang had als zijn oude functie. Dat de aangeboden functie in een lagere salarisschaal valt, leidt er evenmin toe dat [verzoeker] aanspraak kan maken op een transitievergoeding. Los van de omstandigheid dat het inkomensverlies van [verzoeker] in ieder geval de eerste periode zou worden gecompenseerd, ontstaat geen aanspraak op een (gedeeltelijke) transitievergoeding bij een inkomensachteruitgang door herplaatsing in een functie met een lager salaris, omdat een herplaatsing in een passende functie (zonder urenverlies) geen vorm van beëindiging van een arbeidsovereenkomst is. [5]
4.5.
Niet ter discussie staat dat [verzoeker] de voortgezette arbeidsovereenkomst vervolgens zelf heeft opgezegd per 1 januari 2026 en dat deze opzegging geen aanspraak op een transitievergoeding geeft. De conclusie is dan ook dat het verzoek van [verzoeker] wordt afgewezen.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat [verzoeker] ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van Sortiva Recycling worden begroot op € 721,00 (€ 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek af,
5.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [6] .
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:673 lid 1 onder Pro a Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 7:699 lid 1 BW Pro.
3.Artikel 9 lid 2 van Pro de Ontslagregeling en artikel 2:24b BW.
6.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.