Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5461

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
11449239 \ CV EXPL 24-8770
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230v lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering gedeeltelijk toegewezen wegens schending precontractuele informatieplichten en vernietiging betalingsverplichting

In deze civiele procedure tussen een B.V. en een consument heeft de kantonrechter ambtshalve getoetst of de eisende partij heeft voldaan aan haar (pre)contractuele informatieplichten. Ondanks een tussenvonnis en een nadere akte heeft de eisende partij onvoldoende concreet gesteld op welke wijze zij de consument heeft geïnformeerd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat aan deze verplichtingen is voldaan.

De kantonrechter past daarom een sanctie toe door de overeenkomst gedeeltelijk te vernietigen, waardoor de betalingsverplichting van de consument met 60% wordt verminderd. Deze sanctie geldt alleen voor de contractuele verplichtingen en niet voor het gevorderde eigen risico en schoonmaakkosten.

Daarnaast zijn enkele bedingen in de algemene voorwaarden niet op de vordering van toepassing en worden daarom niet verder getoetst. De kantonrechter wijst een bedrag van €615,97 toe aan de eisende partij, na verrekening van een deelbetaling, en veroordeelt de gedaagde tot betaling van wettelijke rente en proceskosten. De kosten van de akte komen voor rekening van de eisende partij.

De vordering wordt voor het overige afgewezen. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

Uitkomst: De vordering wordt deels toegewezen met een vermindering van de betalingsverplichting van de consument met 60%, en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €615,97 plus rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11449239 \ CV EXPL 24-8770
Uitspraakdatum: 6 mei 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] B.V.
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 11 maart 2026 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om toe te lichten hoe zij bij het tot stand komen van de overeenkomst heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieverplichtingen, zich uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel omtrent de oneerlijkheid van een aantal bedingen in de algemene voorwaarden en de hoogte en grondslag van de vordering nader te onderbouwen. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.1.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter, ook in haar akte, niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Zij heeft namelijk enkel gesteld dat de relevante informatie op haar website te vinden is. Zij heeft daarbij verwezen naar de overgelegde schermafdrukken van het bestelproces zonder toe te lichten welke informatie op welke schermafdruk te vinden is. Het is echter niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie in het dossier. [1] Het is aan de eisende partij om concreet aan te geven welke informatie op welke wijze aan de gedaagde partij is verstrekt (bijvoorbeeld door de relevante onderdelen in de producties te onderstrepen of te arceren). Daarnaast blijkt uit deze schermafbeeldingen en de toelichting niet hoe het bestelproces wordt afgerond na het kiezen van een betalingsmethode en ook niet wat er op de door de eisende partij gehanteerde bestelknop staat. Bij deze stand van zaken kan niet worden geoordeeld dat de eisende partij bij het tot stand komen van de overeenkomst heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen. Voor deze schending(en) zal een sanctie worden toegepast.
2.2.
De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten, inclusief artikel 6:230v lid 3 BW, gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. [2] De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn [3] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 60%. Deze sanctie zal alleen worden berekend over de contractuele verplichtingen van de consument en niet over het gevorderde eigen risico voor de schade en de schoonmaakkosten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.3.
Per abuis is in het tussenvonnis het incassokostenbeding in de consumentenvoorwaarden van de eisende partij getoetst op oneerlijkheid. Omdat de eisende partij in deze procedure echter geen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten vordert, is het incassokostenbeding geen beding dat op de vordering van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter dit beding (verder) niet toetsen op oneerlijkheid.
2.4.
Uit de toelichting van de eisende partij in haar akte blijkt dat zij de prijs gedurende de overeenkomst niet heeft gewijzigd, waardoor het prijswijzigingsbeding uit artikel 10.3.3 van de consumentenvoorwaarden evenmin op de overeenkomst van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter dit beding (verder) ook niet toetsen op oneerlijkheid.
Wat is toewijsbaar?
2.5.
De sanctie vanwege het schenden van de informatieverplichtingen zal alleen worden berekend over de contractuele verplichtingen van de consument en niet over het gevorderde eigen risico voor de schade en de schoonmaakkosten.
2.6.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 2.476,37 aan hoofdsom toewijsbaar
(€ 3.840,92 x 0.4 + € 500,00 + € 440,00).
2.7.
De eisende partij heeft een deelbetaling gedaan van € 1.860,40. Deze deelbetaling strekt in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 615,97 zal worden toegewezen. De wettelijke rente is toewijsbaar over het toe te wijzen gedeelte van de hoofdsom.
2.8.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten van het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze kosten te maken.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 615,97, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 23 november 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,94;
griffierecht € 514,00;
salaris gemachtigde € 144,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Hoge Raad 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:404.
2.Hoge Raad 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1366 en Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.