Uitspraak
[eiser 2] ,
NRG Pallas B.V.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
In dit kort geding vordert een werknemer doorbetaling van loon en herstel van pensioen- en verzekeringsregelingen na vernietiging van een vaststellingsovereenkomst wegens wederzijdse dwaling. De kantonrechter oordeelt dat het aannemelijk is dat in een bodemprocedure de vaststellingsovereenkomst buitengerechtelijk wordt vernietigd, waardoor de arbeidsovereenkomst voortduurt na 1 januari 2026.
De loondoorbetaling wordt daarom toegewezen tot 1 januari 2027, waarbij de werkgever het loon mag verrekenen met de reeds betaalde beëindigingsvergoeding. De vordering tot herstel van pensioen- en verzekeringsregelingen wordt afgewezen omdat in kort geding geen definitieve uitspraak kan worden gedaan. Wel wordt de werkgever veroordeeld tot aanmelding bij pensioenuitvoerders met de mededeling dat het dienstverband naar verwachting voortduurt.
De kantonrechter wijst de vorderingen van de partner van de werknemer af, omdat deze geen partij is bij de arbeidsovereenkomst. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is gebaseerd op jurisprudentie over wederzijdse dwaling en de bijzondere omstandigheden van ernstige ziekte die bij het sluiten van de overeenkomst niet bekend waren.
Uitkomst: De werknemer krijgt loondoorbetaling toegewezen tot 1 januari 2027 en de werkgever wordt veroordeeld tot aanmelding bij pensioenuitvoerders, maar herstel van pensioenregelingen wordt afgewezen.