Uitspraak
[eiser] en mevrouw [eiseres] , uit [plaats 1] , eisers
De minister van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat Corporate Dienst
Samenvatting
Inleiding
engineeringmeegewogen. In haar reactie op het beroep heeft [derde-partij] bovendien toegelicht dat eisers pas tijdens de gedoogplichtprocedure meer concrete informatieverzoeken hebben gedaan.
kan-bepaling, oftewel een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat ter beoordeling of een gedoogplicht wordt opgelegd een bredere belangenafweging moet plaatsvinden. Hierbinnen kunnen belangen worden meegewogen die niet doorslaggevend zijn voor een van de (door eisers bestreden) voorwaarden en waarbij de belangen in samenhang worden gezien. Dit wordt bevestigd in de wetsgeschiedenis van artikel 10.11 van de Ow, waaruit volgt dat het opleggen van een gedoogplicht niet dwingend is voorgeschreven. [3]