Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Beroep op nietigheid van de dagvaarding feit 2
3.Inleiding
4.Beoordeling van het bewijs
medeplegen doodslag) en subsidiair (
medeplichtigheid doodslag) ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierover het volgende.
‘pak een wapen’,maakt dit oordeel niet anders. Het betreft een getuigenis van horen zeggen van [betrokkene 2] die – gehoord als verdachte – heeft verklaard dat de verdachte dit heeft gezegd toen deze bij hem in de auto zat na de schietpartij en vertelde wat er was gebeurd. Buiten dat de verdachte ontkent een dergelijke uitspraak te hebben gedaan, is daarnaast niet duidelijk geworden op welk moment en in welke context de verdachte dit tegen [medeverdachte 2] zou hebben gezegd. Ervan uitgaande dat de verdachte tegen [medeverdachte 2] heeft gezegd een wapen te pakken tijdens de woordenwisseling of het daarop ontstane gevecht met het slachtoffer, kan ook daaruit niet zonder meer volgen dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [medeverdachte 2] het wapen zou gebruiken om het slachtoffer te doden. Die conclusie vereist bijkomende feiten en omstandigheden, over bijvoorbeeld het niet schuwen van vuurwapengebruik tijdens (een) eerdere confrontatie(s) met het slachtoffer en/of concrete bevindingen met betrekking tot het mogelijk tussen de verdachte en het slachtoffer spelende conflict en een op handen zijnde confrontatie. Dit alles blijkt niet uit het dossier.
‘ik zit met twee shooters in de auto’).
onderzoek Goudvis). Dat de verdachte geweld heeft gebruikt of betrokken is geweest bij een incident richting de groep waartoe het slachtoffer behoorde, is echter niet gebleken. Wel zijn er in dit onderzoek enkele getuigen gehoord, al dan niet anoniem en uit beide groepen, die verklaren over een ruzie tussen de verdachte en het slachtoffer over drugs en over het mogelijk niet schuwen van geweld door zowel de verdachte als het slachtoffer. Het gaat hierbij echter steeds om verklaringen van horen zeggen of berustend op eigen interpretatie en invulling van gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in een langere periode voorafgaand aan de schietpartij en die niet verankerd zijn in meer objectieve onderzoeksbevindingen. In het kader van de bewijsvoering van dit schietincident hecht de rechtbank daarom geen waarde aan die verklaringen. Dat geldt dus ook voor de mogelijk door de verdachte geuite woorden dat hij met shooters in een auto rondreed en het kennelijk op het slachtoffer had gemunt.
hij die nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigt, wegmaakt, verbergt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt. Nu dit onderdeel van artikel 189 Sr Pro niet is tenlastegelegd en niet zonder meer valt in te zien op welke wijze de verdachte met het achterlaten van een auto, het meegeven van zijn jas en kogelwerend vest en het zich ontdoen van zijn telefoon, [medeverdachte 2] behulpzaam is geweest te ontkomen aan de politie, spreekt de rechtbank de verdachte van die onderdelen (partieel) vrij.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van de verdachte
zichzelfte ontgaan [7] . De maatstaf die daarvoor geldt is of de verdachte er in redelijkheid van mocht uitgaan dat ook jegens hem een verdenking van een strafbaar feit zou ontstaan.
7.Motivering van de straf
8.Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
9.Vorderingen benadeelde partijen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
165 (honderdvijfenzestig) dagen.