ECLI:NL:RBNHO:2026:2791
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen studioverhoor kwetsbare getuige met vooraf ingediende vragen
De verdachte verzocht de rechter-commissaris om een getuige te horen. De rechter-commissaris besloot dat de getuige in een studioverhoor zou worden gehoord, waarbij de verdediging vooraf schriftelijk vragen moest aanleveren vanwege de kwetsbaarheid van de getuige. De verdachte diende hiertegen een bezwaarschrift in, stellende dat dit een beperking van het ondervragingsrecht inhoudt.
De rechtbank oordeelde dat het enkel vooraf schriftelijk indienen van vragen geen behoorlijke en effectieve ondervragingsmogelijkheid biedt zoals vereist door artikel 6 EVRM Pro. De beslissing van de rechter-commissaris werd daarom niet geheel toegewezen en het bezwaarschrift ontvankelijk verklaard.
Verder concludeerde de rechtbank dat de rechter-commissaris onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had gemotiveerd om het studioverhoor te rechtvaardigen, vooral gezien de eerdere reguliere verhoren van de meerderjarige getuige. De rechtbank vernietigde de beslissing en bepaalde dat een nieuwe beslissing moet worden genomen.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging tussen de bescherming van de getuige en het ondervragingsrecht van de verdachte, met een duidelijke motivering op basis van concrete feiten.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en de beslissing tot studioverhoor met vooraf ingediende vragen wordt vernietigd.