Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser,
de Minister van Financiën, verweerder,
Samenvatting
.Dit heeft verweerder bij de brief van 10 oktober 2024 en de beslissing op bezwaar van 10 januari 2025 ten onrechte niet onderkend. Het beroep is daarom wel gegrond. Hierna zal de rechtbank na een weergave van het procesverloop van de eerdere procedure over het verzoek tot schadevergoeding (onder 2) en een weergave van het procesverloop van de huidige procedure over hetzelfde verzoek (onder 3) vervolgens (onder 4 en volgende) uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.