Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit Bergen (NH), Eiser 1
[eiseres] , uit Bergen, Eiseres 2
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen, het college
Als derde-partij neemt aan de zaken deel: D.J. Management B.V. uit Bergen (NH)
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
11 september 2025 aan Eiser 1 gestuurd. Eiser 1 heeft derhalve voldoende tijd gehad om van de stukken kennis te nemen en zo nodig de beroepsgronden aan te vullen. Aan welke overige voorwaarden van artikel 3.1.6 Bro niet is voldaan of welke overige stukken ontbreken heeft Eiser 1 verder niet duidelijk gemaakt. Hieraan gaat de rechtbank dan ook voorbij bij gebrek aan voldoende onderbouwing. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro te passeren.
Voor de te realiseren zorgappartementen geldt dat alle bewoners een zorgindicatie hebben. De zorgindicatie is veelal een VPT 5 of VPT 6, waarmee ook in een verpleeghuis gewoond kan worden. (…) Bewoners betalen zelf voor de huisvesting en daarmee verschilt het voorgenomen initiatief van een regulier verpleeghuis.” Eiseres 2 voert aan dat het college heeft nagelaten toe te lichten op welke wijze zeker is gesteld dat alle bewoners een VPT 5 of hoger zullen hebben. Als het college meende dat volstaan kon worden met een lagere parkeernorm dan had het op de weg van het college gelegen een onderzoek uit te laten voeren naar de parkeerbehoefte waarbij ook rekening wordt gehouden met het parkeren van personeel en leveranciers. Dat is niet gebeurd waardoor sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding. Er had eerst een onafhankelijk parkeerdrukonderzoek moeten plaatsvinden. Ook is Eiseres 2 het niet eens met de vergunningsvoorwaarde dat de parkeerdruk later gemeten wordt en afhankelijk daarvan extra parkeerplaatsen aangelegd moeten worden. Uitgangspunt bij de ontwikkeling is namelijk strijdigheid met het bestemmingsplan. Op basis daarvan had meteen het minimaal noodzakelijke aantal parkeerplaatsen op eigen terrein moeten worden opgelegd. Tot slot betoogt Eiseres 2 dat onvoldoende duidelijk is wat de verhouding is tussen het aanleggen van vijf extra parkeerplaatsen aan de [straat] en het uitbreiden van 18 naar 24 plaatsen op eigen terrein. Wanneer geldt welk scenario?
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt het college in de proceskosten van Eiser 1 tot een bedrag van € 1.868,-
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan Eiser 1 moet vergoeden.
drs.A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026.