Uitspraak
De kantonrechter beoordeelt de juistheid van de eindafrekening van de servicekosten en stelt de betalingsverplichting voor de servicekosten over het jaar 2022 van [gedaagde] vast op een bedrag van € 1.168,66.
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vordert Stichting Immo Huurwoningfonds 3 (IMMO) betaling van servicekosten over het jaar 2022 van de huurder [gedaagde]. De kantonrechter beoordeelt de juistheid van de eindafrekening van de servicekosten en stelt vast dat de betalingsverplichting van [gedaagde] €1.168,66 bedraagt.
De procedure startte met een dagvaarding in mei 2025 en omvatte een tussenvonnis en een mondelinge behandeling in februari 2026. De Huurcommissie had eerder een uitspraak gedaan die partijen niet meer bindt omdat [gedaagde] tijdig bezwaar maakte. De kantonrechter toetst nu zelf de servicekosten.
De kern van het geschil betreft de elektriciteitskosten en de telefoonkosten van de lift. De kantonrechter oordeelt dat de elektriciteitskosten terecht zijn verdeeld over 40 ruimten, inclusief zorg- en recreatieruimten, en stelt deze vast op €622,61. De telefoonkosten lift worden vastgesteld op €0,00 omdat IMMO deze niet voldoende heeft onderbouwd.
De overige kostenposten worden onbetwist gelaten. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De betalingsverplichting van de huurder voor servicekosten over 2022 wordt vastgesteld op €1.168,66 met compensatie van proceskosten.