Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het besluit
Standpunten
de aanvrager, het huishouden van de aanvrager of één lid van dat huishoudenop grond van medische of sociale omstandigheden waarin de woonsituatie levensontwrichtend is. Verzoekster stelt dat zij aan deze omschrijving voldoet, nu juist zij – als één lid van het huishouden – zich in een dusdanige noodsituatie bevindt dat alleen verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte uitkomst kan bieden. Het college had de aanvraag dan ook moeten aanmerken als een individuele urgentieaanvraag van verzoekster en haar individuele situatie moeten toetsen aan de criteria van artikel 2.5.8 (en 2.5.8a) van de Huisvestingsverordening, aldus verzoekster. Verzoekster voert aan dat zij uitsluitend een Wajong-uitkering ontvangt en zonder urgentieverklaring niet in staat is zich zelfstandig te huisvesten.
Het college ziet ook geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule. Ter zitting heeft de gemachtigde van het college toegelicht dat hoewel aannemelijk is dat verzoekster zorgbehoevend is, sprake is van drie algemene weigeringsgronden en hij, mede gelet op de in dit geval eveneens van toepassing zijnde algemene weigeringsgronden onder j en c, op voorhand niet ziet dat in het kader van de beoordeling van de hardheidsclausule medisch onderzoek nodig is.
Beoordeling
Aan het beroep van verzoekster op artikel 2.5.8 van de Huisvestingsverordening kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan niet worden toegekomen. Artikel 2.5.5, eerste lid, onder j van de Huisvestingsverordening is een algemene weigeringsgrond en gaat immers vooraf aan artikel 2.5.8. omdat in artikel 2.5.8 staat dat een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.5.5, eerste en tweede lid, genoemde omstandigheden voordoen. Aan die voorwaarde is in dit geval niet voldaan.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage
j. het huishoudinkomen de DAEB-norm overschrijdt.
cursiefde in de verordening opgenomen algemene weigeringsgronden geciteerd. Daarna wordt de uitwerking weergegeven.
er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem;(…)c.
de aanvrager kon het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen of kan het huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere wijze oplossen;
;
het huishoudinkomen de DAEB-norm niet overschrijdt.