Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Bloemendaal, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Geschil
- verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de matige onderhoudstoestand en kwaliteit van de woning;
- verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de ligging van de woning in een bocht en nabij een sportparkje met tennisbanen;
- de ligging van de vergelijkingsobjecten [adres 2] , [adres 3] , [adres 4] en [adres 5] is bovengemiddeld en is ten onrechte als ‘3’ gekwalificeerd;
- eiser verzoekt om inzicht in de transacties die aan de gebruikte grondstaffels ten grondslag liggen en beroept zich daarbij op het arrest van de Hoge Raad van
.Deze vierkantemeterprijs is vervolgens met 5 percent gecorrigeerd vanwege de ondergemiddelde staat van onderhoud van de woning, wat tot een gecorrigeerde waarde per vierkante meter gebruiksoppervlakte van € 3.245 heeft geleid.
.Het door eiser overgelegde deskundigenrapport en bijbehorende taxatiekaart bieden gelet op het voorgaande geen aanknopingspunten voor de conclusie dat verweerders taxatie niet kan worden gevolgd.
25 februari 2025 gedaan en is dus gedaan na het arrest van de Hoge Raad van
14 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:853). Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het financieel belang de grens van € 1.000 overschrijdt, hetgeen wel op zijn weg had gelegen. De rechtbank zal daarom volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden en zal dus geen vergoeding toekennen (zie r.o. 3.4.3 en r.o. 3.5 van voornoemd arrest).
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond, en
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.
mr. E.M. Mensink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2025.