Eiseres B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Douane om 15 aangiften te corrigeren en een verzoek tot wijziging van deze aangiften af te wijzen, waarmee zij een preferentieel tarief wilde claimen voor farmaceutische producten. Verweerder stelde dat de aangiften onjuist waren ingedeeld en dat de verzoeken om wijziging te laat en zonder geldige EUR.1 certificaten waren ingediend.
De rechtbank overwoog dat eiseres in de oorspronkelijke aangiften geen preferentieel tarief had aangevraagd en dat het achteraf indienen van een verzoek om toepassing van het preferentieel tarief alleen mogelijk is binnen de geldigheidsduur van de oorsprongsbewijzen. Deze waren bij het verzoek van eiseres niet meer geldig. Tevens is het verzoek tot wijziging van de aangiften na vrijgave van de goederen niet toegestaan, omdat het claimen van een preferentieel tarief geen verplichting is bij het in het vrije verkeer brengen van goederen.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres dat de verlengde verjaringstermijn onterecht was toegepast en dat de wijziging van de goederencodes een ander oordeel zou rechtvaardigen. De beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraken op bezwaar en uitnodigingen tot betaling werden gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.