Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 24 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
2.De feiten
Complex Soort veld Soort werkzaamheden jaar v. aanleg laatst gerenoveerd(…) (…) (…) (…) (…)Oost. de Bruin voetbal 1 toplaagrenovatie (…) 1953 2004Oost. de Bruin voetbal 2 vervangen door kunstgras 1953 2004Oost. de Bruin Training toplaagrenovatie 1953 2004
Onlangs is ons gebleken dat bij de recent uitgevoerde reconstructie en herinrichting van de sportvelden die liggen naast ons EKP-gebouw aan de Westergracht/Van Oosten de Bruijnstraat, die sportvelden voor een gedeelte zijn aangelegd over een strook grond die onze eigendom is. Vanzelfsprekend zijn wij daar niet gelukkig mee en kunnen wij met deze eigenmachtige toeëigening van onze grond niet instemmen. Graag zouden wij van u vernemen op welke wijze u deze problematiek wilt oplossen.
(…) De gemeente Haarlem heeft een stuk grond van Westergracht Vastgoed B.V. in gebruik genomen. Het betreft hier de strook achter het EKP terrein aan de Westergracht en de Van Oosten de Bruynstraat. De grond is in gebruik genomen door vergroting en draaiing van de velden van voetbalvereniging Geel-Wit en de plaatsing van een zendmast. De zendmast staat deels op onze grond. Op 29 januari 2008 heeft Westergracht Vastgoed B.V. hierover een brief naar grondzaken gestuurd waarop geen reactie is ontvangen. Wij zijn bereid om een metrage van 7.318 m2 in te brengen in een eventuele totaaloplossing voor grondruil (…).
Door ondertekening van deze overeenkomst komt de voor deze locatie eerder tussen partijen afgesloten overeenkomst d.d. 9 mei 2001 per 1 januari 2013 te vervallen.
Bedankt voor dit voorstel tot betaling. Het betreft hier een voorlopige betaling. Ik zal een factuur opmaken voor de jaren 2021 en 2020Daarnaast constateer ik dat wij een meerderheidsbelang hebben in de M2Graag inzicht geven in de overeenkomst.Open staat het gedeelte van grond waarop de voetbalclub geelwit is gevestigd.Graag ook hier inzicht ingeven.Betaling is een bevestiging van rechten.
(…) In het telefoongesprek heb ik ook toegelicht waarom wij de factuur niet hebben betaald. U geeft namelijk aan dat ‘betaling een bevestiging van rechten is’. Met die voorwaarde kunnen wij niet tot betaling overgaan.Wij zijn aan het onderzoeken hoe deze situatie heeft kunnen ontstaan en welke actie er noodzakelijk is. Wij zullen u daarvan op de hoogte houden.
3.Het geschil
voorwaardelijk: voor zover de rechtbank oordeelt dat de Gemeente door verjaring eigenaar is geworden van (delen van) de betwiste grond, de Gemeente te veroordelen om, bij wege van schadevergoeding in natura, de (betreffende delen van) betwiste grond in eigendom over te dragen en te leveren aan Westergracht, daartoe een notariële leveringsakte te laten opstellen en medewerking te verlenen aan het verlijden daarvan en deze doen inschrijven in de openbare registers, binnen veertien dagen na dit vonnis, alles op kosten van de Gemeente en op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag of dagdeel dat de Gemeente in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;
4.De beoordeling
De percelen zijn door de omheining daarvan niet vrij toegankelijk voor derden en ook niet voor Westergracht of haar rechtsvoorgangers. Daarmee is sprake van een voortdurend en onafgebroken, ongestoord, openbaar en ondubbelzinnig bezit als eigenaar (artikel 1992 oud Pro BW). Volgens de Gemeente is steeds sprake geweest van bezit te goeder trouw omdat de Gemeente zich niet bewust was van enige tekortkoming in de verkrijging. Maar ook als dat niet het geval was, bepaalt artikel 93 Overgangswet Pro dat een bezitter te kwader trouw alsnog de eigendom verkreeg op 1 januari 1993 (als toen aan de overige vereisten van verjaring was voldaan).
“hek huidige huurgrens NS-Gem.”. Het gearceerde deel is aangeduid met de letters ABCDEFG en daarbij is vermeld:
“te verwerven van NS, opp. + 1810 m2.Aan de noordelijke zijde is vermeld:
“voorgestelde nieuwe eigendomsgrens”. Verder staat op de tekening bij de sloot tussen het werkterrein van NS en de voetbalvelden:
“om te leggen sloot”.De tekening is aangetroffen in een privé-archief van een inmiddels overleden lid van SV Geel-Wit’20. Naar aanleiding hiervan heeft de Gemeente nader onderzoek gedaan in het gemeentearchief maar niets terug gevonden over een huurrelatie tussen NS en de Gemeente, terwijl ook van huurbetalingen geen enkel spoor bestaat. De Gemeente heeft hierover aangevoerd dat van de tekening niets terecht is gekomen omdat de sloot niet is omgelegd en er geen overdracht van enige grond heeft plaatsgevonden. De Gemeente wijst er ook op dat het gearceerde (en dus verhuurde) deel maar een klein stuk van de totale strook grond betreft. De Gemeente houdt het ervoor dat sprake is van een “praatplaatje” en dat de opsteller ervan niet op de hoogte was van de werkelijke situatie. Als op enig moment al sprake is geweest van een huurovereenkomst, moet deze volgens de Gemeente op zijn laatst in 1990 zijn geëindigd. De Gemeente heeft zich in 2010, naar aanleiding van onderzoek, op het standpunt gesteld dat zij door verjaring eigenaar was geworden, hetgeen impliceert dat zij zich al tenminste twintig jaar als eigenaar moet hebben gedragen. De toenmalige eigenaar is daar niet tegen op gekomen. In de eerdere leveringsaktes betreffende de percelen wordt nergens verwezen naar een huurovereenkomst. Als al sprake is geweest van een huurovereenkomst, dan zag deze maar op een klein stukje van de betwiste percelen en doet dat niet af aan het gepretendeerde bezit van de gemeente betreffende het verdere deel van de betwiste percelen. Gelet hierop kan de overgelegde tekening niet leiden tot een andere conclusie: de Gemeente is door verjaring eigenaar van de percelen geworden.
Verder moet voor verkrijgende verjaring sprake zijn van voortdurend, ondubbelzinnig en openbaar bezit: de bezitter moet de feitelijke macht uitoefenen over de grond op zodanige wijze dat naar buiten toe zijn intentie om de zaak als eigenaar te houden, blijkt. Dat is niet het geval geweest omdat niet de Gemeente, maar haar huurders of zelfs onderhuurders gebruikers waren van de grond. De Gemeente zelf heeft daarom geen, naar buiten toe blijkende, feitelijke bezitsdaden verricht.
Als zij al iets heeft gedaan, bijvoorbeeld onderhoud, dan kan dit ook duiden op uitoefening van de publieke taken van de Gemeente. Het gaat daarbij ook om losstaande incidenten en niet om voortdurende bezitsuitoefeningen.
Het betoog van de Gemeente dat de sloot steeds als feitelijke erfgrens heeft gediend, gaat niet op. Er is een loopplank over de sloot gelegd waardoor de betwiste percelen voor Westergracht bereikbaar zijn. Verder was de sloot altijd al aanwezig zodat van een bezitsdaad geen sprake is geweest.
De Gemeente heeft ook nooit de wil gehad om de grond te bezitten: dat blijkt uit de correspondentie met Westergracht waarin de Gemeente de eigendom van Westergracht erkent en uit de vestiging van een voorkeursrecht van koop (in het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten) op de betreffende percelen in 2021.
De combinatie van deze feiten en omstandigheden kan niet anders worden uitgelegd dan dat ook voor derden, waaronder de rechtsvoorgangers van Westergracht, duidelijk was dat de Gemeente pretendeerde eigenaar van de percelen te zijn. Uit deze gedragingen was voor de kadastrale eigenaren duidelijk op te maken dat de Gemeente pretendeerde rechthebbende te zijn, zodat zij tijdig maatregelen konden nemen om de inbreuk op hun recht te beëindigen.
- zij een loopplank over de sloot heeft gelegd zodat de betwiste percelen ook voor haar toegankelijk zijn;
- de Gemeente in de correspondentie de eigendomsrechten van Westergracht heeft erkend;
- de Gemeente de percelen heeft aangewezen in het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten.
Al deze handelingen hebben plaats gevonden lang nadat de verkrijgende verjaring was voltooid en kunnen die verjaring dus niet stuiten. Door deze handelingen kan de eigendom ook niet overgaan op Westergracht. Eigendomsverkrijging van onroerende zaken is immers slechts mogelijk op de in de wet omschreven wijzen en geen van bovenstaande handelingen voldoet daaraan. De conclusie dat de Gemeente in ieder geval in 1993 eigenaar is geworden, blijft dus gehandhaafd.
- het rechtszekerheid- en vertrouwensbeginsel: de Gemeente mag niet op onverwachte, onberekenbare wijze iemands rechtspositie aantasten, maar dat doet zij wel door in het verleden de eigendom van Westergracht te erkennen en zich nu te beroepen op landjepik, waardoor ook het in het verleden door haar gewekte vertrouwen is beschaamd;
- het verbod op misbruik van procedure: de Gemeente beroept zich op een privaatrechtelijke bevoegdheid om een doel te bereiken waarvoor zij ook de Wet voorkeursrecht gemeenten heeft gebruikt en dat is niet toegestaan;
- het evenredigheidsbeginsel: als het beroep op verkrijgende verjaring zou slagen zou Westergracht, die een groot belang heeft bij de percelen om daar een nieuwbouwproject te realiseren, onevenredig benadeeld worden.
De Gemeente heeft gemotiveerd betwist dat zij heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3:14 BW Pro en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Uitgangspunt is, zoals hiervoor is beslist, dat de Gemeente in ieder geval in 1993 door verkrijgende verjaring eigenaar is geworden van de percelen. Westergracht die in 2020, en dus lang na voormelde verjaring, gronden aankocht en verkreeg, ontdekte pas in 2022, na een in haar opdracht uitgevoerde landmeting, dat de betreffende percelen op haar naam geregistreerd waren. Kennelijk ging ook Westergracht er voordien vanuit dat de Gemeente, althans een derde, eigenaar was want steeds is zichtbaar geweest dat de percelen werden gebruikt door de voetbalclub en dat daarop een zendmast stond. Zij heeft pas toen geprotesteerd en aanspraak gemaakt op een deel van de huuropbrengsten. Ontruiming van de percelen heeft zij nooit gevraagd en vordert zij ook niet.
De Gemeente heeft naar aanleiding van het bericht van Westergracht laten weten dat zij nader onderzoek ging doen en aangeboden een deel van de huur voor het jaar 2022 aan Westergracht te betalen. Die betaling heeft niet plaatsgevonden omdat Westergracht aangaf dat betaling bevestiging van rechten zou betekenen en de Gemeente geen rechten wilde prijs geven.
Daarmee heeft de Gemeente ook erkend dat Westergracht eigenaar is van de gronden. De overeenkomst moet daarom zo worden uitgelegd dat deze ook geldt voor het verleden en de toekomst, aldus Westergracht.
- de Gemeente het eigendomsrecht van Westergracht op de percelen erkent;
- de Gemeente zich jegens Westergracht heeft verplicht om een deel van de huur voor de zendmast vanaf de aanvang van de huurovereenkomst met T-Mobile aan Westergracht af te dragen.
De proceskosten van de Gemeente worden begroot op: