Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2025 in de zaak tussen
HAA 24/1083Vereniging Het Zijper Landschap, gevestigd te Schagen, en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen
Samenvatting
Procesverloop
6 juni 2022 ter inzage gelegen. Eisers hebben elk een zienswijze ingediend.
18 september 2025 aanvullende beroepsgronden ingediend. In het laatste stuk hebben zij de rechtbank verzocht om aanhouding van het beroep tot de Afdeling geoordeeld heeft over het beroep tegen de vaststelling van het bestemmingsplan. [eiser 1] heeft op 23 oktober 2023 en 10 oktober 2025 aanvullende gronden ingediend. [eiser 2] heeft op 14 oktober 2025 aanvullende gronden ingediend.
Beoordeling door de rechtbank
30 maart 2023 valt. Dit betekent dat voor de aangevraagde activiteiten de reguliere voorbereidingsprocedure gevolgd had moeten worden, en niet de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Alvorens beroep kan worden ingesteld tegen een besluit, had formeel na de reguliere procedure een bezwaarprocedure gevoerd moeten worden [1] , wat niet is gebeurd. De rechtbank heeft deze situatie met partijen op de zitting besproken. Hierop hebben partijen ingestemd met rechtstreeks beroep tegen het (primaire) besluit van
26 juli 2023, op grondslag van artikel 7:1a van de Awb. De rechtbank is hiermee bevoegd om de gronden tegen de omgevingsvergunning te beoordelen.
11 december 2020 ook niet aan de beoordeling ten grondslag leggen, nu daarin wordt uitgegaan van onjuiste uitgangspunten. In de notitie wordt uitgegaan van een hotel- én een congresfunctie, in plaats van de hotelfunctie als hoofdfunctie, en de congresfunctie als ondergeschikte functie. Ook wordt in de notitie ten onrechte bij de berekening van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie uitgegaan van een 3* hotel. In de toelichting op het bestemmingsplan staat dat het gaat om een 4* hotel en in het rapport van het Bureau voor Ruimte en Vrije tijd wordt uitgegaan van een 5* belevering met een 4* faciliteitenniveau. [eiser 1] voert in dit kader aan dat het college de parkeerbehoefte had moeten vaststellen aan de hand van de CROW-normen voor een 5* hotel.
Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat de individuele belangen van burgers die in of in de onmiddellijke nabijheid van een aangewezen beschermd monument wonen, bij behoud van een goede kwaliteit van hun directe leefomgeving zo verweven kunnen zijn met het algemene belang dat de Erfgoedwet en de gemeentelijke erfgoedverordening beogen te beschermen, dat niet kan worden geoordeeld dat de betrokken normen kennelijk niet strekken tot bescherming van hun belangen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.I.A. Bakker, griffier.