ECLI:NL:RVS:2025:1014
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- G.O. van Veldhuizen
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning bouw loods en bedrijfswoning in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren verleende op 20 augustus 2021 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het bouwen van een loods en bedrijfswoning in Oudemirdum. De Stichting Gaasterlân Natuerlân en anderen maakten bezwaar tegen deze vergunning en tegen het besluit van het college om het bezwaar ongegrond te verklaren. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college een nieuw besluit nam dat de vergunning in stand liet. Hiertegen stelde de Stichting hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State heeft in haar oordeel onder meer overwogen dat de aanvraag onder het overgangsrecht valt en dat de vergunning in overeenstemming is met de geldende bestemmingsplannen, behoudens een overschrijding van de maximale goothoogte waarvoor het college een afwijkingsbevoegdheid heeft toegepast. De Raad oordeelde dat de landschappelijke inpassing niet als toetsingskader kan dienen en dat de oppervlakteberekening van de bedrijfswoning correct is uitgevoerd, waarbij overstekken en serre niet worden meegerekend.
Verder is geoordeeld dat het bouwplan voldoet aan de definitie van grondgebonden agrarische bedrijfsvoering en dat de aanhaakplicht in verband met soortenbescherming en gebiedsbescherming niet van toepassing is. De Raad bevestigde dat de vergunninghouder inmiddels een Wnb-vergunning heeft aangevraagd, waardoor de discussie over de aanhaakplicht in procedurele zin irrelevant is geworden. Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van 3 augustus 2022 zijn ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit zijn ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.