ECLI:NL:RBNHO:2024:8826
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen opschorting uitkering Participatiewet
Eiser ontving een uitkering op grond van de Participatiewet die was opgeschort. Na een besluit tot hervatting van de uitkering maakte eiser bezwaar tegen een eerder besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. Eiser voerde aan dat hij niet tijdig bezwaar kon maken vanwege taalproblemen en andere lopende procedures.
De rechtbank oordeelde dat de termijn voor het indienen van bezwaar zes weken bedraagt en dat eiser het bezwaar niet binnen deze termijn had ingediend. De stelling van eiser dat hij de Nederlandse taal niet machtig is, werd onvoldoende geacht om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, temeer daar uit het dossier bleek dat eiser meerdere bezwaar- en beroepsprocedures voerde in dezelfde periode.
De rechtbank concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter W.B. Klaus op 29 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.