Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2024 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Rotterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
1. Wat is op dit moment het vestigingsadres van de BV?
Geschil9. Tussen partijen is in geschil of terecht loonheffingen zijn ingehouden op de door eiser ontvangen ontbindingsvergoeding. Meer specifiek is sprake van de volgende geschilpunten:
- is Nederland op basis van het belastingverdrag tussen Nederland en Japan heffingsbevoegd;
- is de werkgever inhoudingsplichtig in Nederland;
- kwalificeert de vergoeding van immateriële schade als loon; en
- kwalificeert de billijke vergoeding als loon.
1. Inhoudingsplichtige is:
). Eiser stelt dat een bedrag van € 13.300 van de billijke vergoeding ziet op vergoeding van achterstallig vakantiegeld en dat dit bedrag, mits de werkgever als inhoudingsplichtige kwalificeert, wel als loon valt aan te merken.
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „inwoner van een verdragsluitende staat” iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die verdragsluitende staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van hoofdkantoor, plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid (…)
Indien een persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, ingevolge de bepalingen van een gedekt belastingverdrag, inwoner is van meer dan één verdragsluitend rechtsgebied, trachten de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden in onderlinge overeenstemming te bepalen van welk verdragsluitend rechtsgebied die persoon geacht wordt een inwoner te zijn voor de toepassing van het gedekte belastingverdrag, daarbij rekening houdend met zijn plaats van werkelijke leiding, de plaats waar hij opgericht of anderszins tot stand gekomen is en alle andere relevante factoren. Wanneer dergelijke overeenstemming ontbreekt, is die persoon niet gerechtigd tot enige belastingvermindering of -vrijstelling waarin het gedekte belastingverdrag voorziet, behalve in de mate waarin en de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende rechtsgebieden daarover overeengekomen zijn.”