ECLI:NL:RBNHO:2023:9974
Rechtbank Noord-Holland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaar tegen DNA-profiel vaststelling minderjarige veroordeelde bij afpersing
De rechtbank Noord-Holland behandelde het bezwaar van een minderjarige veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 Wet Pro DNA. De veroordeelde was ten tijde van het strafbare feit 15 jaar oud en werd veroordeeld voor afpersing, waarvoor een leerstraf van 40 uur werd opgelegd.
De verdediging voerde aan dat vanwege de jeugdige leeftijd, het ontbreken van recidivegevaar en positieve gedragsontwikkeling het afnemen van DNA disproportioneel zou zijn. De officier van justitie stelde dat het ernstige karakter van het misdrijf en het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming met diverse risicofactoren een uitzondering op de Wet DNA niet rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het misdrijf ernstig is en dat DNA-onderzoek van belang kan zijn voor opsporing en vervolging. Hoewel de veroordeelde minderjarig was, zijn er geen bijzondere omstandigheden die het onderzoek disproportioneel maken. Het recidiverisico blijft aanwezig gezien eerdere politie-registraties en bestuurlijke maatregelen.
Daarom werd het bezwaar ongegrond verklaard en het bevel tot DNA-afname gehandhaafd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het vaststellen en verwerken van het DNA-profiel van de minderjarige veroordeelde wordt ongegrond verklaard.