ECLI:NL:RBNHO:2023:834
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag BPM wegens onvoldoende aannemelijkheid schadeclaim
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van € 2.043 opgelegd door verweerder. De naheffing betrof een auto met een eerste toelating in 2009 en een kilometerstand van ruim 82.000. Eiseres baseerde haar aangifte op een taxatierapport waarin een waardevermindering wegens schade en gebruik als demonstratieauto werd gesteld. Verweerder heeft dit betwist en slechts een deel van de schade erkend.
De rechtbank overweegt dat de bewijslast voor het aantonen van de waardevermindering bij eiseres ligt. Het taxatierapport voldoet niet aan de wettelijke eisen en is onvoldoende betrouwbaar, mede omdat de taxateur niet zelf de auto heeft opgenomen. Verweerder heeft de stellingen van eiseres gemotiveerd betwist met onder meer een kritische analyse van het taxatierapport, verkoopfactuur en herstelnota.
Verder is geen sprake van gewekt vertrouwen omdat de belastingplichtige zelf de aangifte doet en de inspecteur bevoegd is tot naheffing binnen de wettelijke termijn. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat de aankoopprijs van de auto geen maatstaf is voor de BPM-heffing, maar in dit geval wel een indicatie vormt dat de getaxeerde waarde niet realistisch is.
Daarom heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de naheffingsaanslag onjuist is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de schadeclaim.