Uitspraak
1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene is een administratieve boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij onder meer werd aangevoerd dat niet was voldaan aan vereisten uit het Beleidskader digitale handhaving en dat de verbalisant onbevoegd was.
De rechtbank oordeelt dat de gedraging voldoende is komen vast te staan en dat de bezwaren tegen het Beleidskader niet slagen. De waarschuwingsbrief was niet vereist omdat de handhaving al sinds 2017 plaatsvindt. Schouwrapporten tonen aan dat de borden aanwezig waren en dat de gedraging binnen de geldige tijdstippen viel. De bevoegdheid van de ambtenaar wordt geacht aanwezig te zijn, ook zonder expliciete instemming in de stukken.
Wel is vastgesteld dat de hoorplicht door de officier van justitie is geschonden omdat betrokkene niet fysiek is gehoord. Dit leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie, maar de rechtbank ziet geen aanleiding tot matiging van de boete met 25% omdat betrokkene werd bijgestaan door een gemachtigde die schriftelijk kon reageren.
De boete wordt daarom gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.