ECLI:NL:RBNHO:2023:7983
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding invorderingsrente bij onterechte btw-vermelding op facturen door vergissing
Eiseres, bestaande uit twee BV's binnen een fiscale eenheid, heeft aan haar Belgische leverancier facturen uitgereikt waarop onterecht Nederlandse omzetbelasting was vermeld. Dit leidde tot te veel betaalde belasting die zij via suppletieaangiften heeft teruggevraagd. Hoewel de Belastingdienst de teruggaven omzetbelasting heeft verleend, weigerde zij vergoeding van invorderingsrente op grond van artikel 28c van de Invorderingswet 1990.
De rechtbank stelt vast dat de vermelding van btw op de facturen een vergissing van eiseres is en niet het gevolg van een heffing in strijd met het Unierecht. Volgens het arrest Humda van het HvJ EU is de btw die op een factuur wordt vermeld verschuldigd door degene die deze vermeldt, ongeacht of er een belastbare handeling heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de te veel betaalde belasting niet onrechtmatig geheven.
De rechtbank concludeert dat de teruggaven omzetbelasting niet kwalificeren als belastingen die in strijd met het Unierecht zijn geheven, zodat geen vergoeding van invorderingsrente verschuldigd is. Wel is de redelijke termijn in de beroepsfase overschreden, waarvoor eiseres een immateriële schadevergoeding van € 500 wordt toegekend. Daarnaast worden proceskosten en griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en kent alleen vergoeding toe voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.