Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
Geldigheid van de dagvaarding ten aanzien van feit 4 (zaaksdossier [bedrijfsnaam 3] )
buitenlandserechtspersoon (in dit geval [bedrijfsnaam 3] ) een strafbaar feit van een rechtspersoon oplevert als vereist in dat artikel, moet ingevolge artikel 7 lid 1 Sr Pro worden beantwoord aan de hand van de vraag of de bedoelde 'verboden gedraging' van die buitenlandse rechtspersoon door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en of daarop straf is gesteld door de wet van het land waar het feit is begaan. [1] Dit wordt ook wel het vereiste van dubbele strafbaarheid genoemd.
moetworden gekozen voor een waarschuwing. Er worden in dit beleid ook redenen omschreven om wel voor strafrechtelijke handhaving te kiezen en de officieren van justitie hebben ter zitting gezegd dat zij hun beslissing om te vervolgen mede hierop hebben gebaseerd. Tegen die achtergrond is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een situatie waarin geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn”.
the proceedings as a whole not fair’zijn.
4.Inleiding onderzoek Boomtomaat
5.Algemene inleiding feitelijk leidinggeven
indiervoeders, niet mag worden gewijzigd. Dat kan niet anders worden begrepen dan dat de verklaring van de leveranciers van grondstoffen voor diervoeder niet mag worden veranderd. De woorden ‘deze verklaring’ hebben echter niet uitsluitend betrekking op het papieren of digitale document dat door die leverancier van een grondstof wordt verstrekt. Het gaat om de kwalificatie van het product als wel of niet bestemd voor diervoeder. Een andere uitleg past niet bij het doel van de Verordeningen 183/2005 en 225/2012. Het doel van deze regelgeving is namelijk goede traceerbaarheid en een hoog niveau van consumentenbescherming in de gehele voeder- en voedselketen. De traceerbaarheid van diervoeder (en de ingrediënten daarvoor) in de hele voederketen is essentieel voor de voederveiligheid. Dat staat ook uitdrukkelijk vermeld in de overwegingen bij deze Verordeningen. [35] Indien de exploitant van een diervoeder contrair aan de verklaring van de leverancier van de daarvoor gebruikte grondstof de kwalificatie ‘geschikt voor diervoeder’ zou mogen geven – zoals door de verdediging is betoogd – zou het systeem van traceerbaarheid stuklopen. Dat is dan ook niet wat de Europese wetgever heeft beoogd.
food or feed business operatorzijn gebleven. [bedrijfsnaam 1] mocht er gelet op dat in samenwerking met de NVWA opgestelde document, gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij de hoge dosering kwik niet hoefde te melden zolang zij die zonnebloemvetzuren als operator onder zich had en niet in de handel bracht. Uit het dossier blijkt niet dat die zonnebloemvetzuren door [bedrijfsnaam 1] in de handel zijn gebracht. Volgens de verdediging leidt dit tot de conclusie dat [bedrijfsnaam 1] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij niet zou worden vervolgd en dient het openbaar ministerie ten aanzien van feit 5 niet-ontvankelijk te worden verklaard in verband met schending van beginselen van een goede procesorde (vertrouwensbeginsel). Subsidiair is de verdediging op grond van het MVO-document van mening dat het verwijt geen strafbaar feit oplevert, zodat [bedrijfsnaam 1] ten aanzien van dit feit ontslagen moet worden van alle rechtsvervolging.
an sichde nodige vragen oproepen. Die certificaten zijn immers niet ondertekend en uit de verklaring van getuige [getuige 1] [77] blijkt dat een medewerker van [naam laboratorium] bereid was in voorkomende gevallen de analyseresultaten aan te passen op verzoek van de klant.
food or feed business operatorzijn gebleven, is door de rechtbank in het vonnis tegen [bedrijfsnaam 1] verworpen. Daaruit volgde ook dat het verweer dat het openbaar ministerie heeft gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel (en om die reden niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard) niet kon slagen. Ook vermocht de rechtbank niet in te zien waarom, zoals subsidiair nog aangevoerd, het MVO-document tot de conclusie leidt dat het verwijt ten aanzien van de meldplicht geen strafbaar feit oplevert.
operatoris gebleven. Het openbaar ministerie zou daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in de vervolging, en subsidiair levert het verwijt geen strafbaar feit op als gevolg waarvan de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aldus de verdediging.
preliminary certificate.
operatoris gebleven. Het openbaar ministerie zou daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in de vervolging. Subsidiair levert het verwijt geen strafbaar feit op als gevolg waarvan de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aldus de verdediging.
- i) een zure verestering (door [bedrijfsnaam 6] ook esterificatie genoemd) van het vet onder toevoeging van zwavelzuur;
- ii) een basische omestering (door [bedrijfsnaam 6] ook transesterificatie genoemd) onder toevoeging van kaliloog; en
- iii) destillatie waarbij de bij de reactie vrijkomende stoffen, waaronder biodiesel, glycerine en BHO (Bio Heating Oil
- voor andere dan de in lid 1 en 2 genoemde doeleinden (dus niet voor verbranden, storten, gebruik in een biogas- of composteerinstallatie);
- en alleen indien er voorschriften voor de uitvoer zijn vastgesteld.
- ten aanzien van feit 1 (non-diervoeders bestempelen als diervoeders): deels zal vrijspreken, en het overige deel bewezen zal verklaren;
- ten aanzien van feit 2 (diervoeders afnemen van een niet-erkende inrichting): deels zal vrijspreken, en het overige deel bewezen zal verklaren;
- ten aanzien van feit 3 (valsheid in geschrift): deels zal vrijspreken, en het overige deel bewezen zal verklaren;
- ten aanzien van feit 4 (diervoeders afnemen van een niet-erkende inrichting): deels zal vrijspreken, en het overige deel bewezen zal verklaren;
- ten aanzien van feit 5 (valsheid in geschrift): deels zal vrijspreken, en het overige deel bewezen zal verklaren;
- ten aanzien van feit 6 (handelingen verrichten met diervoederproducten met een te hoog gehalte aan kwik): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 7 (schenden meldplicht): deels zal vrijspreken, en het overige deel bewezen zal verklaren;
- ten aanzien van feit 8 (opslaan van diervoederproducten met een te hoog gehalte aan metalaxyl): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 9 (mengen en in de handel brengen van diervoederproducten met een te hoog gehalte aan metalaxyl): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 10 (schenden meldplicht): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 11 (schenden meldplicht): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 12 (opslaan van diervoederproducten met een te hoog gehalte aan metalaxyl): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 13 (valsheid in geschrift): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 14 (valsheid in geschrift): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 15 (innemen van afvalwater met een te hoog gehalte aan nikkel): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 16 (innemen van afvalwater met een te hoog gehalte aan nikkel): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 17 (produceren van biodiesel in strijd met wet-/regelgeving): deels zal vrijspreken, en het overige deel bewezen zal verklaren;
- ten aanzien van feit 18 (in de handel brengen van biodiesel in strijd met wet-/regelgeving): deels zal vrijspreken, en het overige deel bewezen zal verklaren;
- ten aanzien van feit 19 (produceren van biodiesel in strijd met wet-/regelgeving): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 20 (in de handel brengen van biodiesel in strijd met wet-/regelgeving): zal vrijspreken;
- ten aanzien van feit 21 primair (glycerine uitvoeren in strijd met wet-/regelgeving): deels zal vrijspreken, en het overige deel bewezen zal verklaren;
- ten aanzien van feit 22 primair (glycerine uitvoeren in strijd met wet-/regelgeving): deels zal vrijspreken, en het overige deel bewezen zal verklaren;
- ten aanzien van feit 23 (deelname aan een criminele organisatie): zal vrijspreken.
7.Bewezenverklaring
8.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
9.Strafbaarheid van de verdachte
10.Motivering van de sanctie
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
1 (één) jaar, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op
2 (twee) jarenbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
240 (tweehonderdveertig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagenhechtenis.
€ 276.250,00 (zegge: tweehonderdzesenzeventigduizend tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
360 (driehonderdzestig) dagenhechtenis.
3 (drie) jaren voorwaardelijkmet een proeftijd van
2 (twee) jaren.