Uitspraak
2. Begripsbepalingen
Rechtbank Noord-Holland
Een politiemedewerker die sinds 2018 langdurig arbeidsongeschikt is, vroeg op grond van het overgangsbeleid loopbaanpad om bevordering naar de seniorfunctie gebiedsgebonden politie (GGP). De korpschef wees dit verzoek af met het argument dat de medewerker de functie niet in volle breedte kon uitoefenen vanwege zijn arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de korpschef bevoegd was de aanspraak op het overgangsbeleid te laten vervallen wegens langdurige ziekte, dit gepaard moet gaan met individueel maatwerk. Dit maatwerk kan niet bestaan uit een algemene beoordeling of de medewerker de functie volledig kan vervullen, omdat dit niet uit het beleid volgt.
De rechtbank baseert zich mede op een werkgroepadvies waarin wordt benadrukt dat ziekte geen reden mag zijn voor discriminatie en dat medewerkers ook met beperkingen in aanmerking kunnen komen voor bevordering, mits zij inzetbaar zijn. De korpschef heeft onvoldoende rekening gehouden met de individuele omstandigheden en de inzetbaarheid van de medewerker.
Daarom vernietigt de rechtbank het besluit en draagt de korpschef op een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, waarbij de individuele situatie van de medewerker wordt meegewogen. Tevens wordt de korpschef veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de korpschef wordt vernietigd wegens gebrek aan individueel maatwerk en de korpschef moet een nieuw besluit nemen.