Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2023 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Schagen.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil5. In geschil is de waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2020.
€ 290.000 en was wel in het taxatieverslag vermeld. Verweerder betoogt dat de gebruikte referentieobjecten goed ter vergelijking kunnen dienen en dat er weinig woningen verkocht worden in het buitengebied. Dit laatste wordt door eiser beaamd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder van de door partijen genoemde verkochte woningen de drie best vergelijkbare heeft gebruikt ter onderbouwing van de waarde. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat deze woningen, net als de woning van eiser, alle uit de jaren ’50 dateren en in het buitengebied van Schagen of in het dorp [woonplaats] zelf liggen en over een geruime hoeveelheid grond of extra grond met agrarische bestemming beschikken. [adres 6] is gebouwd in 1975 en beschikt over veel minder grond en niet over extra grond. In de basis zijn de door verweerder gebruikte referentieobjecten daarom beter vergelijkbaar dan [adres 6] . Dat er, vooral bij [adres 2] , dan een verschil in kwaliteit en onderhoud is, acht de rechtbank minder relevant dan die basiskenmerken. Dat neemt niet weg dat verweerder daarmee wel in voldoende mate rekening moet houden.