De documenten 2, 3, 5 tot en met 14, 20, 21, 28, 30, 33, 38 tot en met 48 en 90 tot en met 100 zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en bevatten persoonlijke beleidsopvattingen. Verweerder heeft de openbaarmaking van deze documenten met toepassing van artikel 11, eerste lid, van de Wob geweigerd. Verweerder is niet bereid de informatie te verstrekken in niet tot personen herleidbare vorm als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Wob, omdat verweerder de beleidslijn hanteert dat persoonlijke beleidsopvattingen (geanonimiseerd) in beginsel openbaar gemaakt worden als deze ouder zijn dan vijf jaar, behalve in bijzondere omstandigheden. Daarnaast kunnen persoonlijke beleidsopvattingen (geanonimiseerd) openbaar worden gemaakt om een onjuist of onvolledig beeld over besluitvorming te herstellen of als het Wob-verzoek betrekking heeft op een politiek-bestuurlijk (hoog)gevoelig dossier. In dit geval heeft het verzoek betrekking op informatie die niet ouder is dan vijf jaar. De overige genoemde situaties zijn niet op het verzoek van toepassing. Voorts vergt een goede en democratische bestuursvoering ook niet dat van alle rapporten die door verweerder worden uitgebracht ook concepten en andersoortige voorbereidende informatie met persoonlijke beleidsopvattingen openbaar worden gemaakt.
De documenten 36, 40 en 45 betreffen werkdocumenten aan de hand waarvan door medewerkers van verweerder in drie werksessies het hoofdstuk Uitstoot in de “Staat van Schiphol 2019” is opgesteld. Deze documenten bevatten ook milieu-informatie. De documenten 41 en 47 hebben betrekking op de geluidgerelateerde hoofdstukken van de Staat en bevatten ook milieu-informatie (maar geen emissiegegevens). Alle documenten zijn opgesteld in het kader van intern beraad en bevatten ook persoonlijke beleidsopvattingen. Volgens verweerder is sprake van een zwaarwegend belang om intern, tussen ambtenaren onderling, vertrouwelijk van gedachten te kunnen wisselen om een zorgvuldige Staat van Schiphol tot stand te brengen die correcte gegevens bevat. Dit belang weegt zwaarder dan het algemeen belang van openbaarmaking. Verweerder heeft de openbaarmaking van deze documenten daarom met toepassing van artikel 11, vierde lid, van de Wob geweigerd. Voorts acht verweerder het niet in het belang van een goede en democratische bestuursvoering om concepten van documenten met incomplete gegevens openbaar te maken. Daarbij weegt verweerder mee dat voorkomen moet worden dat van eenzelfde document meerdere versies in het publieke domein in omloop zijn, met als mogelijk gevolg dat onduidelijkheid ontstaat over de inhoud van het betreffende document. Verweerder ziet daarom geen aanleiding om met toepassing van artikel 11, tweede lid, van de Wob in niet tot personen herleidbare vorm informatie te verstrekken over deze persoonlijke beleidsopvattingen. Dat met de weigering het Verdrag van Aarhus en de daarmee gepaard gaande verordeningen worden genegerd kan verweerder niet volgen. Het Verdrag van Aarhus is geïmplementeerd in artikel 3, eerste, vierde en vijfde lid, en artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, en vierde lid, van Richtlijn 2003/4/EG inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie. Deze bepalingen zijn vervolgens geïmplementeerd in artikel 3, derde en vierde lid, artikel 5, artikel 7, tweede lid, en artikel 10, eerste lid, aanhef, en tweede lid, aanhef en onder a, van de Wob. Verweerder heeft met het bestreden besluit toepassing gegeven aan deze bepalingen van de Wob en daarmee uitvoering gegeven aan het Verdrag.
Is de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob van toepassing?