Overwegingen
1. Eiseres is opgericht op 12 februari 2020.
2. De middellijk aandeelhouders van eiseres zijn [naam 1] en [naam 2] .
3. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) zijn de activiteiten van eiseres als volgt omschreven:
“Activiteiten (SBI) 45111 - Import van nieuwe personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s
45311 - Groothandel en handelsbemiddeling in auto-onderdelen en – accessoires
(geen banden)
Beschrijving Het inkopen, verkopen, importeren, exporteren, het handelen in en de advisering
met betrekking tot (personen)auto’s en daaraan verwante producten.”
4. Eiseres koopt nieuwe personenauto’s vanuit Duitsland bij de leverancier [bedrijf 1] GmbH op basis van “mietkauf”. Hierbij worden de auto’s eerst gedurende een periode van zes maanden tegen vergoeding gebruikt door eiseres en vindt de daadwerkelijke eigendomsoverdracht aan eiseres plaats na betaling van een eindfactuur. Eiseres heeft op deze wijze in 2020 vanuit Duitsland vier nieuwe personenauto’s aangekocht en de in dat verband aan haar uitgereikte facturen in haar aangifte voor het derde kwartaal van 2020 verwerkt als intracommunautaire verwerving. Het gaat om de volgende auto’s:
- Mercedes-Benz, type GLC 400d Coupé, kenteken [kenteken 1] ;
- Mercedes-Benz, type GLS 63 AMG, kenteken onbekend;
- Mercedes-Benz, type A 45s AMG, kenteken [kenteken 2] ;
- Mercedes-Benz, type GLS 400d, kenteken [kenteken 3] .
5. Eiseres heeft op 30 januari 2021 de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2020 ingediend. In de aangifte geeft eiseres het volgende aan:
Omzet
BTW
3b. Levering naar/diensten in landen binnen de EU
€ 73.000
4b. Levering/diensten uit landen binnen de EU
€ 200.445
€ 42.093
5b. Voorbelasting
€ 42.534
Totaal terug te vragen
€ 441
6. Verweerder heeft eiseres bij brief van 1 maart 2021 verzocht om binnen drie weken de volgende informatie te verstrekken:
- een korte omschrijving van de bedrijfsactiviteiten;
- het telefoonnummer van eiseres;
- een specificatie van de voorbelasting (rubriek 5-b) waarop de btw van elke factuur afzonderlijk staat;
- Kopieën van de 10 facturen met de hoogste bedragen aan voorbelasting.
7. Verweerder heeft eiseres bij brief van 13 april 2021 een herinnering gestuurd om de gevraagde gegevens alsnog binnen drie weken te verstrekken.
8. Verweerder heeft op 20 mei 2021 gebeld met de toenmalig gemachtigde van eiseres [naam 5] . Deze gaf te kennen de gevraagde stukken binnen twee weken te zullen verstrekken. Dat is niet gebeurd.
9. Verweerder heeft vervolgens met dagtekening 29 juli 2021 de onderhavige naheffingsaanslag, boetebeschikking en rentebeschikking over het derde kwartaal 2020 aan eiseres opgelegd.
10. Verweerder heeft bij beschikking met dagtekening 30 juli 2021 (de nihilbeschikking) het teruggaafverzoek dat volgt uit de aangifte afgewezen.
11. De heer [naam 5] heeft namens eiseres bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag, waarbij hij heeft aangevoerd dat geen rekening is gehouden met de voorbelasting. Ter onderbouwing heeft hij een kopie van de aangifte en 16 kopiefacturen afkomstig van [bedrijf 1] GmbH meegestuurd die gezamenlijk tot de bedragen vermeld in rubriek 4b van de aangifte leiden.
12. Verweerder heeft eiseres bij brief van 12 oktober 2021 verzocht om de volgende aanvullende informatie te verstrekken om het bezwaar te kunnen beoordelen:
- een omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van eiseres, uitgebreider dan die vermeld in het handelsregister van de KvK, waarbij in het bijzonder is verzocht om een onderbouwing van de (voorgenomen) economische activiteiten met objectieve gegevens en een beschrijving van de (belaste)bestemming van de gehuurde en/of ingekochte personenauto’s per auto;
- een uitdraai van de grootboekrekening voorbelasting over het derde kwartaal 2020, zonder verdichting; en
- bewijs dat terecht in rubriek 3b van de aangifte geen omzetbelasting is vermeld (toepassing nultarief).
Verweerder heeft eiseres vier weken de tijd gegeven om de informatie te verstrekken.
13. Verweerder heeft op 16 november 2021 een e-mail naar de heer [naam 5] gestuurd, waarin hij vaststelt dat de reactietermijn is verlopen. Verweerder heeft de heer [naam 5] daarbij een aanvullende termijn tot uiterlijk 30 november 2021 gegeven.
14. De heer [naam 5] heeft op 30 november 2021 een e-mail aan verweerder gestuurd met de volgende bijlagen:
- een brief waarin de heer [naam 5] verklaart dat de activiteiten van eiseres bestaan uit de handel in exclusieve auto’s;
- een factuur van eiseres op naam van “ [naam 6] ” met een adres in Spanje voor een Mercedes Benz GLS 400d 4MATIC, met daarop vermeld een prijs van € 73.000 en 0% btw. De factuur is gedateerd 24 augustus 2020;
- een uitdraai van de grootboekrekening ‘voorbelasting’ van eiseres over de periode januari tot en met september 2020.
15. Verweerder heeft op 29 december 2021 een e-mail gestuurd naar de heer [naam 5] , waarin hij te kennen geeft dat nog niet (volledig) is voldaan aan het informatieverzoek van 12 oktober 2021 en hij eiseres (nogmaals) in de gelegenheid stelt om te worden gehoord.
16. Op 18 januari 2022 heeft een telefonisch hoorgesprek plaatsgevonden. In het verslag van dit hoorgesprek staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
“(…) Deelnemende partijen: de heren [naam 5] en [naam 1] (respectievelijk de adviseur van [eiseres] en de directeur van [eiseres] ) en de heer [naam 7] (de inspecteur namens de Belastingdienst).
Desgevraagd hebben u en de heer [naam 1] het volgende verklaard:
(…)
2. [eiseres] handelt in exclusieve personenauto’s van het merk Mercedes. De auto’s worden ingekocht bij de Duitse leverancier [bedrijf 1] GmbH, volgens een bepaalde overeenkomst van huurkoop. Eerst vindt huurkoop plaats voor een periode van 6 maanden (voor welke termijnen [bedrijf 1] GmbH aan [eiseres] factureert), waarna daadwerkelijke eigendomsoverdracht volgt na betaling van een eindfactuur. (…)
3. [eiseres] heeft geen showroom. De voor verkoop aangeboden auto’s staan/stonden buiten op een afgesloten parkeerterrein van een zekere compagnon van de heer [naam 1] , op of bij het adres [adres] te [plaats 2] .
4. [eiseres] heeft geen website. De auto’s worden aangeboden op het instagram-account “ [instagram-account] ”.
5. [eiseres] heeft na 2020 nog drie auto’s verkocht, twee in Nederland en één aan een koper in Suriname. Hiervoor is nog geen aangifte omzetbelasting gedaan (zie punt 1). De heer [naam 5] heeft toegezegd de verkoopfacturen van deze auto’s mij volgende week te e-mailen. Er staan op dit moment geen auto’s in voorraad, of wellicht nog één reeds verkochte en binnenkort af te leveren auto.
6. Na ontvangst van de verkoopfacturen en beoordeling van alle overige bekend geworden feiten en omstandigheden zal de inspecteur op het bezwaarschrift beslissen.
(…)”
17. Verweerder heeft met dagtekening 28 maart 2022 de toelichting op de uitspraak op bezwaar gestuurd naar eiseres en op dezelfde dag gemaild aan de heer [naam 5] . Hierin wordt door verweerder geconcludeerd dat er enkele onjuistheden zitten in de naheffingsaanslag die correctie behoeven, namelijk:
- De nihilbeschikking is niet meegenomen in de berekening van de naheffingsaanslag, waardoor deze € 441 te hoog is vastgesteld;
- De factuur met factuurnummer 2020-0259 en datum 27 februari 2020 ten bedrage van € 5.311,80 is door eiseres dubbel overgelegd en aangegeven. De in de naheffingsaanslag begrepen omzetbelasting is daarom te hoog berekend voor een bedrag van € 1.115 (€ 5.311 x 21%).
18. De heer [naam 5] heeft in reactie hierop verweerder op 28 maart 2022 een e-mail gestuurd met de drie volgende facturen:
- een factuur van eiseres op naam van “ [bedrijf 2] BV” voor een Mercedes-Benz A AMG, met daarop een prijs vermeld van € 60.500 (inclusief € 10.500 aan btw). De factuur is gedateerd 21 januari 2021;
- een factuur van eiseres op naam van “ [bedrijf 2] BV” voor een Mercedes-Benz GLC 400 D, met daarop een prijs vermeld van € 61.500 (inclusief € 9.169,36 aan btw en € 8.667 aan BPM). De factuur is gedateerd 28 december 2021;
- een factuur van eiseres aan “ [bedrijf 3] LLC”, met een adres in Dubai, voor een Mercedes-Benz GLS 63 AMG, met daarop een prijs vermeld van € 105.000 en 0% btw. De factuur is gedateerd 21 december 2021.
In reactie hierop heeft verweerder per e-mail meegedeeld dat de bezwaarfase is afgerond en dat hij de e-mail van de heer [naam 5] voor kennisgeving aanneemt. Hierbij heeft verweerder gewezen op de mogelijkheid tot het instellen van beroep.
19. Bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 15 april 2022 is de naheffingsaanslag verminderd tot € 40.978, de boete tot € 4.097 en de belastingrente tot € 1.010.