ECLI:NL:RBNHO:2023:12441

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 oktober 2023
Publicatiedatum
4 december 2023
Zaaknummer
10672540 WM VERZ 23-1284
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens 22 km/u te hard rijden binnen bebouwde kom

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden van 22 km per uur te hard binnen de bebouwde kom. Tegen de beslissing van de officier van justitie om het beroep ongegrond te verklaren, werd beroep ingesteld bij de kantonrechter. Op de zitting was de gemachtigde van betrokkene niet aanwezig, wel de vertegenwoordiger van de officier van justitie.

De gemachtigde voerde aan dat betrokkene niet het bord H1 was gepasseerd en dat betrokkene niet is gehoord, waardoor de hoorplicht is geschonden. De kantonrechter oordeelde dat de hoorplicht inderdaad is geschonden omdat betrokkene noch de gemachtigde fysiek of telefonisch zijn gehoord, en er geen toestemming was gegeven om daarvan af te zien. Daarom werd de beslissing van de officier van justitie vernietigd.

Echter, de kantonrechter vond geen reden om de boete te matigen omdat betrokkene werd bijgestaan door een gemachtigde die het beroep schriftelijk mocht toelichten. Uit de stukken, waaronder afbeeldingen van Google Maps, bleek dat betrokkene door een groot deel van de bebouwde kom van Haarlem was gereden en zich dus bewust had kunnen zijn van de snelheidsovertreding.

Het beroep tegen de boete werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.P. de Valk op 4 oktober 2023.

Uitkomst: Beroep tegen beslissing officier van justitie gegrond wegens schending hoorplicht, boete zelf blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10672540 WM VERZ 23-1284
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 4 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : Bezwaartegenverkeersboetes.nl.

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde van betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 22 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Gemachtigde heeft -kort en zakelijk weergegeven- aangevoerd dat betrokkene geen bord H1 is gepasseerd en beschrijft de gereden route van betrokkene. Daarnaast geeft gemachtigde aan dat betrokkene niet is gehoord en verzoekt om matiging van 25%. Het schriftelijk aanvullen van het beroep is geen ‘horen’. Gemachtigde verwijst daarbij naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2023:3212) die dat standpunt volgt.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De gemachtigde van betrokkene heeft op zichzelf gelijk dat de officier van justitie ook in dit geval de hoorplicht heeft geschonden. De gemachtigde en betrokkene zijn namelijk niet ‘fysiek’ of telefonisch gehoord door de officier van justitie. Er is ook geen toestemming gegeven om daarvan af te zien. Het beroep is daarom gegrond en de beslissing van de officier van justitie zal worden vernietigd wegens een schending van de hoorplicht.
De kantonrechter ziet echter geen aanleiding om de boete met 25% te verlagen. De schending van de hoorplicht die hier aan de orde is, kan niet gelijk worden gesteld met de schending waarover het hof oordeelde. In dit geval gaat het niet om een betrokkene die zonder professioneel gemachtigde in beroep is gegaan, maar werd betrokkene bijgestaan door een gemachtigde. Bovendien is die gemachtigde door de officier van justitie in de gelegenheid gesteld om het beroep schriftelijk toe te lichten en is daarvan ook gebruik gemaakt. Er is dus geen sprake van het geheel achterwege laten van iedere vorm van horen van een betrokkene zonder gemachtigde. Overigens is het de kantonrechter ambtshalve bekend dat professioneel gemachtigden maar zeer zelden betrokkenen meenemen naar een (hoor)zitting, zodat de schending van de hoorplicht in dit soort gevallen ook in zoverre een ander karakter en gevolg heeft dan in de uitspraak van het hof.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de, door de vertegenwoordiger van de officier van justitie, overgelegde afbeeldingen van Google Maps – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Blijkens de door betrokkene gereden route is hij door een groot deel van de bebouwde kom van Haarlem gereden. De betrokkene kon dus redelijkerwijs ervan op de hoogte zijn dat hij zich binnen de bebouwde kom bevond ten tijde van de overtreding. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen. Het beroep van betrokkene wordt weliswaar gegrond verklaard, maar betrokkene krijgt inhoudelijk ongelijk. De boete is immers terecht opgelegd en de beschikking waarbij de boete is opgelegd, wordt ook niet vernietigd of gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd, ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: