Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.Feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
6.De beslissing
€ 13.284,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2023 tot de dag van algehele betaling;
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer trad op 6 september 2022 in dienst bij de werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 6 maart 2024. Op 1 juli 2023 ontving de werknemer een e-mail met een brief waarin de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2023 werd opgezegd wegens financiële problemen bij de werkgever. De werknemer betwistte de geldigheid van deze opzegging en vorderde onder meer een billijke vergoeding, transitievergoeding en betaling van achterstallig loon.
De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst al eerder via WhatsApp was opgezegd en dat het loon was gewijzigd, maar kon dit niet onderbouwen met documenten. De kantonrechter oordeelde dat een arbeidsovereenkomst niet met terugwerkende kracht kan worden opgezegd en dat de opzegging zonder toestemming van het UWV en zonder instemming van de werknemer niet rechtsgeldig was.
Omdat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, werd een billijke vergoeding van zes maandsalarissen toegekend, naast een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. Ook werd de werkgever veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris, vakantiegeld, wettelijke rente, een dwangsom voor het verstrekken van loonstroken en proceskosten.
De werkgever kon zijn financiële situatie niet als verweer gebruiken, aangezien dit voor zijn risico kwam. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de vorderingen van de werknemer zijn grotendeels toegewezen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is onrechtmatig opgezegd; werkgever moet billijke vergoeding, onregelmatige opzeggingsvergoeding, transitievergoeding en achterstallig loon betalen.