ECLI:NL:RBNHO:2023:104
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiseres, erfgenaam van wijlen eigenaar van een woning, betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €681.000 voor het jaar 2020. Zij voert aan dat de waardebepaling onjuist is vanwege gebrek aan inzicht in vergelijkingsobjecten, onjuiste inhoudsmaten en onvoldoende rekening met de slechte staat van onderhoud. Verweerder baseert zich op een taxatierapport met een matrix van vijf vergelijkingsobjecten en stelt dat de waardering juist is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gehanteerde inhoudsmaten van de vergelijkingsobjecten correct zijn. Hoewel eiseres haar eigen waarde van €666.000 niet voldoende onderbouwt, leidt het gebrek aan bewijs van verweerder ertoe dat de WOZ-waarde wordt vastgesteld op €673.000. Daarnaast is de redelijke termijn voor de procedure overschreden met circa tien maanden, waarvoor een immateriële schadevergoeding van €1.000 wordt toegekend, verdeeld tussen verweerder (€400) en de Minister van Justitie en Veiligheid (€600).
De rechtbank wijst het verzoek van verweerder om aanhouding af en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €2.056. De immateriële schadevergoeding wordt rechtstreeks aan eiseres uitbetaald, niet aan haar gemachtigde. De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag onroerende-zaakbelastingen overeenkomstig de nieuwe WOZ-waarde.
Uitkomst: WOZ-waarde verminderd tot €673.000 en immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens termijnoverschrijding.