ECLI:NL:RBNHO:2023:10365
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete motorrijtuigenbelasting bij gebruik auto tijdens schorsing
Eiser bezit twee auto’s waarvan hij telkens één gebruikt en de andere schorst. Op 8 juni 2021 is vastgesteld dat eiser met een auto reed terwijl het kenteken geschorst was. Verweerder legde een naheffingsaanslag en een boete op wegens het gebruik van de weg tijdens schorsing.
Eiser voerde aan dat hij de motorrijtuigenbelasting voor de andere auto had betaald en dat naheffing op grond van artikel 20 AWR Pro niet mogelijk is. Verweerder verwees naar artikel 35 Wet Pro mrb dat een afwijkende regeling bevat en stelde dat naheffing terecht was. De rechtbank oordeelde dat de naheffing conform de wet terecht was opgelegd en dat het arrest van de Hoge Raad uit 2016 niet van toepassing is.
De rechtbank stelde vast dat eiser tekort was geschoten in het administratief opheffen van de schorsing en dat de boete daarom terecht was. Gelet op de wijziging van het Besluit Bestuurlijke Boeten per 1 juli 2023 werd de boete gematigd tot 50%. Daarnaast werd de boete met 5% verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep werd gegrond verklaard en de boete verminderd tot € 435.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot 50% van het oorspronkelijke bedrag en verder met 5% wegens overschrijding redelijke termijn, tot een totaal van € 435.