Uitspraak
Geschil2.Voor de omschrijving van het geschil verwijst de rechtbank naar haar tussenuitspraak van 30 september 2019.
Verdere beoordeling van het geschil
74.782.889-/-
38.950.869+
44.696.802-/-
178.020.594-/-
1.831.037-/-
Rechtbank noord-ssssholland
- [bedrijf 1] is verantwoordelijk voor het risicobeheer van alle aspecten van haar ‘supply chain’: zij verwerft grondstoffen van derden, verwerkt deze tot (half)fabricaten en verkoopt deze aan gelieerde ondernemingen en aan derden, dit alles ‘on a full risk basis’ en op eigen naam. De prijsrisico’s die zij loopt, dekken haar drie handelaren af door de handel in futures (hedging). [bedrijf 3] bepaalt in samenwerking met [bedrijf 1] de planning betreffende de handels- en investeringsactiviteiten;
- [bedrijf 2] is verantwoordelijk voor het risicobeheer van alle aspecten van haar ‘supply chain’: zij verwerft grondstoffen van derden, verwerkt deze tot (half)fabricaten en verkoopt deze, dit alles ‘on a full risk basis’ en op eigen naam. De afdeling handel van [bedrijf 2] bestaat uit ongeveer 35 medewerkers. De handelaren van [bedrijf 2] houden zich bezig met de wereldwijde activiteiten op het gebied van cacao van [bedrijf 4] buiten de Verenigde Staten van Amerika. Zij coördineren de wereldwijde handel, productie en logistiek van het concern, behalve wat betreft Brazilië en de Verenigde Staten van Amerika. De prijsrisico’s die [bedrijf 2] en diverse andere concernvennootschappen lopen, dekken haar handelaren af door de handel in futures (hedging).
- [bedrijf 1] verricht als ‘tol manufacturer’ fabricagediensten en daarmee samenhangende diensten aan [bedrijf 3] ;
- [bedrijf 7] verricht als ‘tol manufacturer’ fabricagediensten en daarmee samenhangende diensten aan [bedrijf 3] .
- voorraden, bestaande uit onbewerkte materialen, goederen in bewerking, eindproducten en handelsvoorraad, voor een bedrag van EUR 138.526.386,92 (inclusief btw);
Geschil14.In geschil is of verweerder terecht correcties heeft aangebracht op de door eiseres gehanteerde verrekenprijzen. Het geschil valt uiteen in de volgende vragen:
De rechtbank is van oordeel dat verweerder in de op hem rustende bewijslast is geslaagd. Uit de overgelegde Functionele Analyse van [bedrijf 9] , uit de Asset Sale and Purchase Agreements, de Manufacturing Services Agreements en de Consulting services and assistence in conducting business activities agreements blijkt dat sprake is van een overdracht van meer dan slechts afzonderlijke activa en passiva. De feitelijke en juridische positie van [bedrijf 2] en [bedrijf 1] is door de reorganisatie significant gewijzigd. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt.
- heropent het vooronderzoek;
- stelt partijen in de gelegenheid om over deze tussenuitspraak met elkaar in overleg te treden en verzoekt eiseres daartoe contact op te nemen met verweerder;
- draagt partijen op de rechtbank binnen acht weken na het uitspreken van deze tussenuitspraak te informeren over de stand van zaken en in voorkomend geval over de persoon van de te benoemen deskundige en aan deze te stellen vragen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Geschil2.Voor de omschrijving van het geschil verwijst de rechtbank naar haar tussenuitspraak van 30 september 2019.
Beslissing tussenuitspraak
- stelt partijen in de gelegenheid om over deze tussenuitspraak met elkaar in overleg te treden en verzoekt eiseres daartoe contact op te nemen met verweerder;
- draagt partijen op de rechtbank binnen acht weken na het uitspreken van deze tussenuitspraak te informeren over de stand van zaken en in voorkomend geval over de persoon van de te benoemen deskundige en aan deze te stellen vragen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.