Uitspraak
Rechtbank noord-holland
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Apeldoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Aangezien er geen aanwijzing is dat de dag van de dagtekening van de uitspraak op bezwaar is gelegen vóór de dag van bekendmaking, is de beroepstermijn aangevangen op 20 oktober 2020 (de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar). Dat betekent dat het beroepschrift uiterlijk 30 november 2020 bij deze rechtbank had moeten zijn ontvangen. Het beroepschrift is echter na afloop van deze termijn (op 2 december 2020) bij rechtbank Limburg ontvangen. De poststempel op de enveloppe van het beroepschrift vermeldt de datum 30 november 2020. In dat geval geldt als vermoeden dat het beroepschrift op de datum van de poststempel ter post is bezorgd (Hoge Raad 28 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2138). Nu de rechtbank aanneemt dat het beroepschrift vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd en het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen, is het beroep tijdig ingediend. Het beroep is ontvankelijk.
Eiser heeft toegegeven dat de auto op de weg geweest is tijdens de schorsing. Uit de informatie van verweerder blijkt ook dat eiser door eerder gebruik van de schorsingsregeling goed op de hoogte is van de schorsingsvoorwaarden. In zoverre kan hem een verwijt worden gemaakt ter zake van het schenden van de schorsingsvoorwaarden en het daaruit volgende betalingsverzuim. Zoals hierboven overwogen is het beroep op overmacht te vaag en de stellingen zijn te inconsistent om te kunnen slagen. Eiser heeft met zijn betoog dus geen omstandigheden of feiten aangedragen waaruit de conclusie zou kunnen worden getrokken dat hem geen enkel verwijt treft. De verzuimboete is naar het oordeel van de rechtbank dan ook terecht opgelegd. Gelet hierop acht de rechtbank de boete van € 125 voldoende afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan eiser kan worden verweten, rekening houdend met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. De boete van € 125 is naar het oordeel van de rechtbank passend en geboden en niet te hoog.