ECLI:NL:RBNHO:2022:4349

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 april 2022
Publicatiedatum
18 mei 2022
Zaaknummer
9665191 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen proceskostenvergoeding na vernietiging boete in bestuursrechtelijke zaak

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een administratieve boete en tevens tegen de proceskostenvergoeding die de officier van justitie had toegekend. De officier van justitie kende een bedrag van € 400,50 toe, inclusief een half punt voor een telefonische hoorzitting, terwijl betrokkene en zijn gemachtigde een fysieke hoorzitting hadden verzocht.

De kantonrechter overweegt dat het telefonisch horen in deze procedure terecht was, gelet op vaste rechtspraak, ook al had de gemachtigde expliciet om een fysieke hoorzitting verzocht. Dit leidt echter niet tot gegrondverklaring van het beroep, omdat de boete inmiddels door de officier van justitie is vernietigd en betrokkene met het beroep bij de kantonrechter geen ander of beter resultaat kan bereiken.

De kantonrechter wijst het beroep tegen de proceskostenvergoeding af en verklaart het ongegrond. Er is geen reden om een hogere proceskostenvergoeding toe te kennen dan reeds door de officier van justitie is vastgesteld. De uitspraak is gedaan door kantonrechter S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9665191 \ WM VERZ 22-97
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 13 april 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Verkeersboete.nl (N.G.A. Voorbach)

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

Het geschil bij de kantonrechter beperkt zich tot de beslissing van de officier van justitie met betrekking tot de hoogte van de proceskostenvergoeding.
Betrokkene voert in het beroepschrift aan dat de officier van justitie in zijn beslissing de proceskosten onjuist heeft vastgesteld. De officier van justitie heeft een bedrag van € 400,50 toegekend. Er is ten onrecht een half punt toegekend voor de telefonische hoorzitting.
De gemachtigde van betrokkene betoogt dat de officier van justitie bij de vergoeding van de proceskosten ten onrechte een half punt heeft toegekend voor het telefonisch horen, omdat de officier van justitie heeft geweigerd om in stemmen met een fysieke hoorzitting. Dat betoog kan niet slagen. De kantonrechter stelt vast dat in dit geval in administratief beroep feitelijk een telefonische hoorzitting heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat daarvoor terecht een half punt is toegekend, gelet op inmiddels vaste rechtspraak (zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 juli 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:7004 en de uitspraak van 17 januari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:280). Het beroep is dus ongegrond.
Op zichzelf stelt de gemachtigde van betrokkene terecht dat de officier van justitie fysiek had moeten horen. Het is ook vaste rechtspraak dat telefonisch horen niet tot de mogelijkheden behoort, als de gemachtigde van betrokkene expliciet om een fysieke hoorzitting heeft verzocht, zoals hier het geval is (zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 juni 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4789 en de uitspraak van 25 februari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1844).
Maar de omstandigheid dat de officier van justitie niet fysiek heeft gehoord, kan in dit geval niet tot gegrondverklaring van het beroep leiden. Het beroep van betrokkene tegen de boete is door de officier van justitie al gegrond verklaard en de beschikking waarbij die boete is opgelegd, is al vernietigd. Betrokkene kan met het beroep bij de kantonrechter dus geen ander of beter resultaat bereiken. Fysiek horen had ook niet tot een ander resultaat geleid dan betrokkene al heeft bereikt. Het beroep bij de kantonrechter kan er ook niet toe leiden dat een hogere proceskostenvergoeding wordt toegekend voor het administratieve beroep dan de officier van justitie heeft gedaan, zoals hiervoor is overwogen. Betrokkene heeft dus geen belang bij de beoordeling van de beroepsgrond dat de officier van justitie fysiek had moeten horen. Het enkel verkrijgen van een proceskostenveroordeling voor het beroep bij de kantonrechter kan op zichzelf geen voldoende belang opleveren.
Er is geen reden voor toekenning van een proceskostenvergoeding, omdat het beroep ongegrond is.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de proceskostenvergoeding van de officier van justitie ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: