ECLI:NL:RBNHO:2022:3156
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over breedte en onderhoud erfdienstbaarheid van weg tussen buren
In deze zaak staat een geschil tussen buren centraal over de breedte waarover een erfdienstbaarheid van weg moet worden vrijgehouden van beplanting. De erfdienstbaarheid is gevestigd in een notariële akte uit 2004, waarin geen concrete breedtemaat is opgenomen, maar wel een kwalitatief beding over erfafscheidingen.
Partij 1 vordert dat partij 2 de beplanting snoeit en verwijdert die de doorgang belemmert over een breedte van 3,60 meter, terwijl partij 2 betwist dat deze breedte geldt en stelt dat het pad tussen 2,20 en 2,50 meter breed is. De kantonrechter oordeelt dat de breedte van de erfdienstbaarheid gelijk is aan de breedte van het toegangshek van 315 cm, en veroordeelt partij 2 tot het vrijhouden van deze breedte van beplanting.
Daarnaast wordt geoordeeld dat de vordering tot verwijdering van een conifeer verjaard is en dat het hekwerk van partij 2 niet hoger is dan toegestaan. De vorderingen om onheus bejegenen en toegang weigeren worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten, behalve partij 2 die de proceskosten van partij 1 moet vergoeden voor haar eigen vordering.
Uitkomst: Partij 2 moet de erfdienstbaarheid over 315 cm vrijhouden van beplanting; overige vorderingen worden afgewezen.