Overwegingen
1. Op 24 oktober 2018 heeft [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) als direct vertegenwoordiger van eiseres aangifte gedaan tot plaatsing onder de douaneregeling ‘in het vrije verkeer brengen’ van een zending kleding met een totale douanewaarde van:
€ 36.063,81. De verschuldigde douanerechten bedragen in totaal € 4.327,66 (12% van de douanewaarde). (HAA 19/3254)
2. Op 31 oktober 2018 heeft [bedrijf 2] als direct vertegenwoordiger van eiseres aangiften gedaan tot plaatsing onder de douaneregeling ‘in het vrije verkeer brengen’ van zendingen kleding met douanewaarden van:
- € 60.742,97. De verschuldigde douanerechten bedragen € 7.289,16 (HAA 19/3248);
- € 51.663,91. De verschuldigde douanerechten bedragen € 6.196,07 (HAA 19/3249);
- € 51.691,84. De verschuldigde douanerechten bedragen € 6.203,02 (HAA 19/3250;
- € 52.437,72. De verschuldigde douanerechten bedragen € 4.408,29 (HAA 19/3251);
- € 54.746,07. De verschuldigde douanerechten bedragen € 6.569,53 (HAA 19/3252);
- € 44.779. De verschuldigde douanerechten bedragen € 5.373,48 (HAA 19/3253);
- € 6.837. De verschuldigde douanerechten bedragen € 820,45 (HAA 19/4186).
3. De acht aangiften zijn “geraakt” door profielen die de douane in het aangiftesysteem heeft geplaatst. Verweerder heeft bij de verificatie van de juistheid van de in de aanvaarde douaneaangiften vermelde gegevens met name gekeken naar de douanewaarden. Bij e-mails van 24 en 31 oktober 2018 heeft verweerder [bedrijf 2] bericht dat hij gegronde twijfel heeft of de aangegeven waarden overeenkomen met de totaal betaalde of te betalen prijzen. Verweerder heeft verzocht om enige nadere bescheiden en gevraagd antwoord te geven op een aantal vragen. [bedrijf 2] heeft hieraan gevolg gegeven en nadere bescheiden overgelegd en antwoord gegeven op de gestelde vragen.
4. Op 4 en 5 november 2018 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het niet vrijgeven van de zendingen kleding en verweerder gesommeerd om de zendingen kleding uiterlijk 5 november 2018 vrij te geven.
5. Bij e-mail van 6 november 2018 heeft eiseres verweerder verzocht om de douanewaarden van alle bij verweerder ingediende aangiften van eiseres te verhogen naar de waarden waarvan verweerder meent dat deze juist zijn en alle aangiften definitief af te handelen. In de e-mail geeft eiseres aan dat zij in bezwaar zal gaan aantonen dat de in de aangiften opgenomen douanewaarden correct zijn.
6. Bij e-mails van 6 november 2018 heeft verweerder (de gemachtigde van) eiseres bericht dat de zendingen kleding pas worden vrijgegeven nadat aanvullende zekerheid is gesteld tot bedragen van € 22.709,66 (HAA 19/3248), € 30.158,68 (HAA 19/3249),
€ 32.521,22 (HAA 19/3250), € 48.875,68 (HAA 19/3251), € 27.347,60 (HAA 19/3252),
€ 15.536,7 (HAA 19/3253), € 27.163,27 (HAA 19/3254) en € 2.906,65 (HAA 19/4186) en de toestemming tot vrijgave van de afhandelend ambtenaar is verkregen. Verweerder geeft in deze e-mails ook aan dat eiseres in plaats van het stellen van de aanvullende zekerheid kan verzoeken om de onmiddellijke mededeling van de douaneschuld die uiteindelijk op de zending kleding van toepassing kan zijn.
7. Bij e-mails van 7 november 2018 is door [bedrijf 2] aan verweerder verzocht om de douanewaarde van de in geschil zijnde aangiften te verhogen naar het bedrag waarvan verweerder meent dat correct is en daarna de aangiften definitief af te handelen.
8. Verweerder heeft vervolgens:
- de douanewaarden verhoogd aan de hand van de Fair Price List;
- de goederen vrij gegeven;
- de definitieve douaneschulden vastgesteld op de bedragen aan douanerechten als genoemd onder “procesverloop”, waarvan via het AGS-systeem mededeling is gedaan aan de direct vertegenwoordiger;
- de aangiften definitief afgedaan.
9. Op 10 juni 2019 heeft verweerder de in het procesverloop vermelde uitspraken op bezwaar gedaan.
10. Eiseres is op 15 juni 2022 ontbonden.