Eiser was arbeidsongeschikt verklaard met een WGA-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 65-80%. Na bezwaar van de voormalige werkgever werd de uitkering beëindigd omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en het daaropvolgende bestreden besluit II, waarin de eerdere beoordeling werd gehandhaafd.
De rechtbank beoordeelde uit proceseconomische overwegingen eerst de arbeidskundige grondslag. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep had vastgesteld dat onvoldoende functies konden worden geduid om de schatting van arbeidsongeschiktheid te onderbouwen, waardoor eiser terugviel op de arbeidsongeschiktheidsklasse 65-80%. De rechtbank oordeelde dat dit niet voldeed aan het vereiste van minimaal drie functies volgens het Schattingsbesluit, wat leidt tot de conclusie dat eiser volledig arbeidsongeschikt is (80-100%).
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit II en stelde dat eiser vanaf 31 juli 2019 recht heeft op een WGA-loonaanvullingsuitkering. De medische beoordeling werd niet inhoudelijk behandeld vanwege proceseconomische redenen en het belang van eiser, met de mogelijkheid tot beoordeling in hoger beroep. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan eiser vergoed.