ECLI:NL:RBNHO:2021:7059
Rechtbank Noord-Holland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen verstekvonnis wegens niet tijdige betaling zorgpremie niet ontvankelijk verklaard
Zorg en Zekerheid vorderde betaling van achterstallige zorgpremies van opposant, die verstek werd veroordeeld. Opposant kwam jaren later in verzet tegen dit verstekvonnis. De kernvraag was of het verzet tijdig was ingesteld.
De kantonrechter overwoog dat het verstekvonnis niet persoonlijk was betekend, maar via derdenbeslag een minimale betaling van €4,51 was gedaan, wat formeel de verzettermijn deed aanvang nemen. Echter, onder de gegeven omstandigheden was opposant niet bekend met het vonnis of de tenuitvoerlegging, waardoor toepassing van de verzettermijn strikt volgens de wet tot een onrechtvaardig resultaat zou leiden.
Desondanks werd het verzet toch als te laat beschouwd, omdat opposant op 16 januari 2021 een toevoeging voor juridische bijstand had aangevraagd, wat een daad van bekendheid vormde. Het verzet van 16 februari 2021 was daarmee niet tijdig. De kantonrechter verklaarde het verzet niet-ontvankelijk en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Het verzet tegen het verstekvonnis is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijn.