ECLI:NL:RBNHO:2021:4639
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt geen recht op heffingsrente na ambtshalve vermindering inkomstenbelasting
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van bezwaren tegen ambtshalve verminderingen van zijn aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2011, 2012, 2016 en 2017. De verminderingen volgden op verlagingen van WOZ-waarden van onroerende zaken in box 3. Eiser vordert onder meer vergoeding van heffingsrente en belastingrente, en stelt dat verweerder onvoldoende stukken heeft overgelegd en zijn hoorrecht heeft geschonden.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de aanslagen ambtshalve heeft verminderd en dat op grond van artikel 30fe AWR geen rente wordt vergoed bij ambtshalve vermindering. Hoewel het hoorrecht van eiser is geschonden voor 2011 en 2012, wordt dit gebrek gepasseerd omdat eiser in de beroepsfase voldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunten toe te lichten en er geen beleidsvrijheid is bij de toepassing van de relevante wetgeving.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen recht heeft op heffingsrente of belastingrente over de genoemde jaren en verklaart de beroepen ongegrond. Wel veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van eiser in beroep. Het verzoek om de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser in beroep.