Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
mr. N. Lubach), en
mr. L.B. Hogenbirk).
Procesverloop
Overwegingen
€ 37.000,00 naar het oordeel van de rechtbank op een voldoende inzichtelijke wijze vastgesteld. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat [naam 3] de omvang van de schade heeft onderschat. Uit de adviezen van [naam 4] blijkt niet van concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van de adviezen van [naam 3] op dit onderdeel. De enkele omstandigheid dat [naam 4] uitkomt op een ander, hoger, schadebedrag dan [naam 3] vormt daarvoor geen grond, te minder omdat [naam 4] , anders dan [naam 3] , geen opname door een taxateur in en om de woning van eiser heeft laten maken. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat [naam 3] het planologisch nadeel in zijn totaliteit als “zwaar” heeft aangemerkt, hetgeen ook blijkt uit het resulterende schadepercentage van 5,6 procent.
7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:772 en 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2502.